Foto
Foto
Foto

Buitenlust in de jaren vijftig

29 april 2017


Helmond Wielerstad

In 1951 stond er in Helmond ten bate van Sint Jozefheil een wedstrijd met derny-gangmaking op het programma. De deelnemerslijst vermeldt de legendarische namen van Bernard Gauthier,Abdel

Kader Zaaf en Wim van Est. “Buitenlust” wilde het enthousiaste publiek elk jaar iets nieuws bieden. Dat werd in 1953 een ploegenwedstrijd voor amateurs van maar liefst negen verschillende nationaliteiten. Matchmaker Toon van den Bogaerd lukte het om de binnenstadronde over de Markt en Koninginnewal te krijgen. Hij presteerde het ook om de allergrootste en spectaculairste renners naar Helmond te halen, ook de Tourrenners. Jan de Wit, initiatiefnemer van de bouw van Jozefheil, was in 1954 bijzonder te spreken over de profronde: “Helmond is groot in velerlei opzicht. Groot in belangstelling voor de lijdende medeburgers, groot ook voor de bewondering in topprestaties. In het rondecomité vonden werkers elkaar die beide eigenschappen verenigen. Het is groots werk.” Een van de laatste profrondes was de wedstrijd met scootergangmaking met gangmakers die hun sporen op wielergebied al hadden verdiend: Karel Kaers, Georges Ronsse en Cesar Boogaarts. Tussen de deelnemers “IJzeren”Willem van Est, de Italiaan Guido di Santi en Briek Schotte. Ondanks de concurrentie van koning Voetbal hield de profronde stand. De toenmalige voorzitter Jan van Wel over die gouden jaren: “Toen de profrondes voor Jozefheil draaiden stond het vaak zes rijen dik. De eerste keer weet ik nog goed dat we f 17.000 overhadden. Daarmee waren alle contracten betaald. Zelfs hadden we nog ontheffing gekregen van de vermakelijkheidsbelasting. Na verloop van jaren liep ook de belangstelling van het publiek, door de povere prestaties van de vaderlandse renners, terug. Toen onze vereniging na negen jaar een dergelijk grote garantiesom op tafel moest leggen is de profronde verdwenen.” Om de band met Jozefheil toch te behouden werden er op het einde van de jaren vijftig enkele cyclocrossen gehouden op het terrein van Jozefheil. Voor zover bekend heeft de serie profrondes in totaal een batig saldo van f 30.000 voor het sanatorium opgeleverd. Het harde werken van “Buitenlust’ , moest vroeg of laat wel vruchten dragen. Mede door het onvermoeibare werk van voorzitter Jan van Wel kreeg men op 16 maart 1951 de Koninklijke Goedkeuring. Gedurende de vette jaren kende “Buitenlust’ meerdere wedstrijden in Helmond. De traditionele wielerronde voor amateurs en nieuwelingen werd oorspronkelijk “Ronde der Kampioenen” gedoopt. Deze benaming zou later door de profronde worden overgenomen.

Men moest het voor deze wielerronde doen met het parkoers aan de Bakelsedijk. De vereniging ondervond in die tijd grote medewerking van de gemeente. Ongeveer 800 meter van het parkoers was namelijk niet bestraat, maar werd door de gemeente verhard. De rest van het parkoers bestond uit klinkerwegen met zodanige ruime bochten dat remmen achterwege kon blijven. Dat de “Ronde der Kampioenen” in het hele land bekend stond blijkt wel uit het aantal inschrijvingen in 1950: 278 amateurs en 400 nieuwelingen. Het aangekondigde duel tussen de toppers Hans Dekkers en Woutje Wagtmans werd in dat jaar door laatstgenoemde met één ronde voorsprong betwist: “Het weer was gisteren schitterend en daarom ook kon het geen verwondering wekken dat ruim 10.000 mensen -in fleurige kledij en met zonnebril- waren toegestroomd om getuige te zijn van de grote wielerwedstrijd voor amateurs en nieuwelingen. De “Ronde der Kampioenen”die door de RTC Buitenlust werd georganiseerd. Wel, de zonnestralen waren verzengend heet en renners noch publiek hebben het wat dat betreft gemakkelijk gehad. Maar de wedstrijd op zich was dermate interessant, ja opwindend, dat men er eenvoudig geen acht op sloeg. Het was de “Ronde der Kampioenen” en inderdaad, het bestuur van Buitenlust is er in geslaagd een prachtig stel renners bij elkaar te brengen, die stuk voor stuk in staat waren voor de nodige attractie te zorgen. Maar als daar niets dan kampioenen hun rondjes in hoog tempo draaien, dan zeggen wij: er was één superkampioen onder hen, éen renner die hoog boven zijn collega’s uitstak. We bedoelen die sympathieke knaap, die de trui met onze nationale kleuren zo trots en waardig droeg, onze nationale amateur-kampioen Wout Wagtmans. Op weergaloze wijze heeft hij het peloton gedubbeld en het scheelde maar weinig of hij was in de laatste fase van de strijd nog een ronde uitgelopen.” Ook werden er in die jaren naast deze wielerronde wedstrijden georganiseerd voor het Theo Driessen Instituut. De toenmalige minister van Maatschappelijk Werk Frans-Jozef van Thiel steunde het initiatief van de wielerclub. Ook de missie van pater van Doorne kreeg zijn ronde in de vorm van een avondcriterium. De kerk van de Goddelijke Voorzienigheid in Helmond-West zelfs twee. De invloed van de geestelijkheid was in de jaren vijftig ook op sportief terrein groot. In dit verband herinnert Jan van Wel zich een leuke anekdote: “We hadden de ronde op de Bakelsedijk langs de Jozefkerk. ’s Morgens voor de wedstrijd zat ik in de mis. Een jong kapelaantje dat misschien wel twee dagen op zijn preek gestudeerd had werd steeds door de kreet 1-2-3-Hallo onderbroken. Ze waren namelijk bezig de geluidsinstallatie te testen. Ja, ook met de geestelijkheid moesten we rekening houden.” In de jaren vijftig fungeerde Helmond regelmatig als etappeplaats van meerdaagse wielerwedstrijden. Het begon al vlak na de oorlog met de nationale profronde. Voor die tijd een hele belevenis. Zo zelfs dat de fabrieksarbeiders een kwartier vrij kregen om de doorkomst te bekijken. Dit liep echter zo uit dat de meeste arbeiders veel later op hun werk terugkeerden. Begrijpelijkerwijs waren de directeuren hier minder gelukkig mee. Toen “Buitenlust” daarna met het voorstel naar de werkgevers toe stapte om de aankomst tegen vergoeding na werktijd te zetten, waren zij er direct voor te vinden. En zo kwam het dat Helmond later als start-en aankomstplaats voor de nationale profronde ging dienen. Hier bleef het niet bij. In 1955 en 1956 fungeerde de stad ook als etappeplaats in de amateur-ronde van Nederland, ofwel Olympia’s Tour, waaraan “Buitenlust” met een eigen ploeg deelnam.

De rood-witte brigade

In de vijftiger jaren was “Buitenlust” van een plaatselijke vereniging een streekclub geworden. De druk bezochte wielerrondes in Helmond waren voor een aantal comités in de regio aanleiding om de hulp van “Buitenlust” in te roepen voor de organisatie van plaatselijke rondes. Er werd technische assistentie verleend in Veghel, Beek en Donk, Gemert en Someren. Streekrenner Wim Dielissen zette de jaren vijftig glorievol in met het behalen van de nationale titel op de weg in Zandvoort. De amateur uit Beek en Donk ontdekte pas op latere leeftijd dat hij hard kon fietsen. Drie jaar eerder, in 1947, had hij zijn eerste schreden op het wielerpad bij “Buitenlust.” gezet. Vreemd genoeg had de sigarenmaker enkele maanden eerder het clubshirt verruild voor dat van de plaatselijke wielerclub “Vitesse”. De krant blokletterde: “Wim Dielissen’s droom kwam uit. In Beek en Donk hadden ze met spanning zitten luisteren naar de radio, en toen hun favoriet als kampioen werd genoemd, kende het enthousiasme geen grenzen. Helemaal versierd was de huiskamer thuis, met vlaggetjes en veel bloemen. Grote bloemenmanden waren er, van het gemeentebestuur dat trots is op deze inwoner van Beek en Donk, en van de wielerclub “Vitesse“ waarvan Wim lid is.” Wim Dielissen zou als beroepsrenner in de nationale selectieploeg ook deelnemen aan het grootste en bekendste wielerspektakel ter wereld de “Tour de France’’ Zo’n carrière leek ook weggelegd voor het broederpaar Piet en Hein van der Linden. Deze regiotoppers uit het begin van de jaren vijftig beperkten hun activiteiten veelal tot de lucratieve koersen rond de kerk. Beide broers oefenden een waar schrikbewind uit in de criteria. Het kwam meerdere malen voor dat ze allebei op het erepodium stonden. Ze vormden rond zich een zuivere racegroep,die de rood-witte clubkleuren hoog hielden, bestaande uit ondermeer Jan van de Kimmenade,Thij en Martien Deelen, Frans van Duppen, Toon Endevoets, Sjeng Konings,

Piet Smits, Wim Kouwenberg, Bert van de Moosdijk, Henk Kuijpers en Leo van de Laar die wel als beroepsrenner actief was. “Buitenlust had in die jaren een aparte sportcommissie in het leven geroepen, die ook de ritten vanaf het trainingslokaal Bert van Stiphout aan de Kanaaldijk begeleidde. Door deze commissie en het bestuur werden de renners, ook met vergoedingen, aangespoord zich op de klassiekers toe te leggen. De animo was en bleef echter gering.

Een nieuwe impuls

Een speciale rol was in die periode weggelegd voor de supportersclubs, die een meer dan normale belangstelling voor een bepaalde renner aan de dag legden. In 1954 pleitte de toenmalige voorzitter Jan van Wel voor een hechter samenwerkingsverband tussen “Buitenlust’ , en diverse supportersclubs. Dat resulteerde in een toename van het ledenbestand van de vereniging. En bloc meldde men zich aan om als werkploeg te fungeren tijdens wielerrondes. De latere voorzitter Harrie van der Aa en bestuurder Pierre Smits kwamen in die tijd de gelederen van onze vereniging versterken. Toen in 1957 de supportersclub van Piet Smits ophield te bestaan betekende dat tevens een financiële injectie van de clubkas. Omdat de mogelijkheden door de gevulde clubkas ook wat groter werden besloot men ook in 1954 voor de eerste maal deel te nemen aan de clubkampioenschappen in Wijk bij Duurstede . Het wegseizoen werd ingezet met de jaarlijkse wielerbedevaart naar Den Bosch. En de voorzitter stelde daarbij alles in het werk om “zijn” mannen plaats te laten nemen op de voorste rij in de kerk. Op het einde van de vijftiger jaren waren de magere jaren aangebroken. De bescheiden successen kwamen van Arie Braat en Henk Vereijken, die slechts gezelschap hadden van acht actieve leden. Één van de weinige dieptepunten uit het bestaan van de vereniging. In een periode waarin de belangstelling voor de wielrennerij in het algemeen ook opvallend was gedaald. Niet in het brouwersdorp Lieshout waar de plaatselijke vedette Piet Damen in 1959 gehuldigd werd na het veroveren van de landstitel op de weg bij de professionals. Het latere bestuurslid van onze vereniging is gedurende de vijftiger jaren ongetwijfeld een van de populairste coureurs geweest in de regio. Niet in de laatste plaats door zijn eindzege in de “Vredeskoers ” en het tonen van zijn klimmerskwaliteiten in de “Tour de France .” Hij werd echter opgeleid door de werkers achter de schermen van het “Zuiden” in Eindhoven. Zodat we met Dielissen en Damen twee landskampioenen kenden die juist op dat moment niet onze clubkleuren verdedigden.