Foto
Foto
Foto

Buitenlust in de jaren zestig

26 april 2017


Koninklijke goedkeuring

In de jaren vijftig werd Jan van Wel gevraagd door jurylid Jan van Mierlo en consul Jan de Kimpe om de belangen van “Buitenlust” te komen behartigen. In het dagelijkse leven was hij directeur van de gemeentelijke dienst voor sociale zaken. Jan van Wel begon meteen aan wat zes voorzitters in de eerste zestien bestaansjaren niet hadden gedaan: de Koninklijke goedkeuring voor zijn club aanvragen. Daarnaast vestigde hij er de aandacht onder de amateurs in zijn club op, dat zij alleen in de wielersport iets konden bereiken als zij, in plaats van alleen mee te doen aan kleine rondjes, ook aan “klassiekers” zouden deelnemen. Jan van Wel maakte er werk van diverse wielerronden mede te organiseren, vooral voor charitatieve doeleinden. Hij zorgde ervoor dat “Buitenlust” een bekende naam in de Nederlandse wielersport werd. Ook was het grotendeels aan zijn activiteiten te danken dat Helmond etappeplaats in Olympia’s toer door Nederland werd.

Jan van Wel ageerde ook tegen de toenmalige landelijke wielerbestuurders: ” We willen ook met onze mensen in het hoofdbestuur komen. We weigeren in een bestuur te gaan zitten met zes protestanten en drie liberalen. We willen geen bestuur vormen met mensen, die in het begin van deze eeuw goede renners geweest zijn en daarna goed rijk zijn geworden door het importeren van auto’s. We kunnen dan niet meer doen wat we willen.” Jan van Wel zou een korte periode als voorzitter van de R.K.N.W.B (Roomsch Katholieke Wielren Bond) fungeren. In Helmond zou er ook een wielerclub opgericht worden onder de vlag van de “Limburgse” bond. Die organiseerde ook een wielerronde in Helmond onder auspiciën van deze bond.

Helmond Rondestad

Het actiecomité dat in het leven geroepen werd door de plaatselijke V.V.V.”Helmond Vooruit” haalde in 1960 de landelijke profronde weer naar Helmond. De aankomst en het criterium rond het ziekenhuis (dat eraan vooraf ging) trokken 12000 toeschouwers. Dit was een duidelijk teken dat de wielersport weer begon te leven onder de bevolking. Twee jaar later werd deze landelijke ronde afgelast. “Buitenlust” moest daarom naar een alternatief zoeken. Dat werd gevonden in de finale van de San Pellegrinoritten. Deze klassieker door het Oost-Brabantse land werd georganiseerd door Gino Bartali, de promotor van de Italiaanse drank. Hij loste ook het startschot voor de vijftig amateurs van maar liefst zeven nationaliteiten die er in de Helmondse Prontowijk van start gingen. De deelnemers kwamen uit België, Frankrijk, Italië, Zwitserîand, Luxemburg en San Marino. In de voorbeschouwing werd ook het parkoers op lyrische wijze beschreven. “Het parkoers van deze klassieker voert de renners over asfaltwegen, spiegelgladde kinderkopjes, betonbaan en vlijmscherpe klinkers langs de eindeloze akkers en weilanden waar de renners volkomen zijn overgeleverd aan het grillige spel van de in het oostelijk deel van onze provincie waaiende wind.” De route van de aantrekkelijke San Pellegrino-finale kwam van de hand van de toenmalige consul Jan de Kimpe.

Mede aan deze organisatie heeft Helmond het predicaat ”Rondestad” te danken dat hen door de KNWU werd verleend.

Burgemeester Sweens was trots op deze erkenning: “Helmond verwierf zich een nieuwe eretitel: Rondestad. Dit jaar voegt onze stad een nieuw epitheton aan de verscheidene,die zij reeds bezit, toe. Was het tot nu toe Helmond werkstad, Helmond kasteel tussen fabrieken, Helmond derde textielstad van Nederland en Hofstad van Peelland thans weet elkeen in ons land dat men onze stad onvoldoende kenschetst, wanneer men haar ook niet zou aanhalen als “Helmond Rondestad.”

Het was echter niet altijd rozengeur en maneschijn. Bij de aankomst van de “Ronde van Nederland” in 1965 was er een finale die een rommelig einde beleefde aan de veel te smalle finish op sportpark de Braak in Helmond. In de Helmondse Courant werd het als volgt omschreven: “De aankomst in Helmond vormde de enige dissonant in de ronde. Na de enorme inspanningen van daags tevoren stormde vrijwel het compacte peloton de nauwe en met los grint bezaaide sportparklaantjes op. Met afgrijzen zagen de Helmondse wielerliefhebbers, bij duizenden rond de eindstreep verzamelt, hun favoriet Jos van der Vleuten finishen. Een kreet van ontsteltenis steeg op uit de dikke rijen toen midden in de spurtende groep renners over elkaar duikelden. De plaatselijke favoriet Jos van der Vleuten, die met een van pijn vertrokken gezicht met zijn verkreukelde fiets aan de hand lopend over de eindstreep strompelde, leek er het ergste aan toe. Onbegrijpelijk dat het rondecomité de aankomst op de veel te nauwe wandelweggetjes van sportcomplex de Braak plande.  Dit betekende ook het einde van wielerwedstrijden op de “Braak” al werd er in de jaren tachtig nog door jeugdrennertjes op “de Braak” gefietst in de “Buitenlust Jeugdtoer.”

De avondzesdaagse

In 1960 begon het comité “Ontwikkeling en Ontspanning” van de Leonardusparochie in Helmond als eerste in Zuid-Nederland met het verrijden van een zesdaagse op home-trainers. De technische verzorging hiervan was in handen van “Buitenlust”. Door het organiseren van deze wedstrijden wilde het comité geld inzamelen om de jeugd uit de Leonardusparochie een onderdak en een fijne vakantie te bieden.

In het voorwoord in het programmaboekje wordt in volzinnen de loftrompet geblazen.

“ Wanneer van 28 maart tot en met zaterdag 2 april in het Sint.Leonardus-parochiehuis te Helmond een avondzesdaagse op hometrainers verreden wordt door liefst zestien fabrieksploegen, met niet licentiehouders, dan beleven stad en ommeland een zuidelijke wielerprimeur van de bovenste plank. De organisatoren van dit unieke sportevenement het comité Ontwikkeling en Ontspanning der Helmondse Leonardusparochie hebben kosten noch moeite gespaard bij de realisatie hunner oerdegelijke voorbereidingen, waarbij met de name de gehele technische verzorging in deskundige handen werd gelegd van het bestuur der plaatselijke Ren- en Toeristen club “Buitenlust” dat zich weer gesteund wist door een wielersportkenner bij uitstek: oud-renner Toon van den Bogaerd, die in het grijze verleden op zijn racekarretje ten strijde trok tegen de toenmalige fenomenen en daarbij verbazingwekkende lauweren oogstte. Geen twijfel mogelijk: met deze “technici” aan het stuur is de “koers” van deze “course” bij voorbaat als spectaculair en Interessant gewaarborgd. De mensen van Buitenlust en hun toonaangevende adviseur zijn waarlijk niet over het spreekwoordelijke één-nacht-ijs gegaan. Reeds wekenlang hebben zij praktisch al hun vrije uren gespendeerd aan praten,schrijven.reizen etc. Volkomen nieuw in deze contreien is de hometrainer op vier rollen: tot dusver kende men hier het maximum van drie.”

Het startschot werd gelost door de toenmalige zesdaagsencoryfee Peter Post.

De belangstelling bleef in al die jaren groot zodat men samen zorgde dat het vakantiecomité van de Leonardusparochie de jeugd een fijne vakantie kon bieden. Het idee kwam uit Limburg waar een dergelijk gebeuren in Bleyerheide plaatsvond. Harrie van der Aa was één van de juryleden: ”Het was altijd bomvol. Zo’n 500 toeschouwers zorgden ervoor dat het parochiehuis vol zat. We hadden fabrieksploegen die streden op echte fietsen. De premies mochten de renners zelf houden.” De opbrengst kwam uit de entree, de slaatjes, de drank en sponsorgelden. Men zorgde elk jaar ook voor prominenten die het startschot kwamen lossen: De bisschoppen Bekkers en Bluijsen, Gerrit Schulte, ,Jan Jansen en Piet van Kempen. In 1965 werd de prijsuitreiking verricht door mr. Frans-Jozef.van Thiel.

“Het is zo bijzonder mooi”, deelde de voorzitter van de Tweede Kamer mee, dat op een moment dat de zakenwereld keiharde concurrentie voert, hier de vertegenwoordigers van bijna alle Helmondse bedrijven van betekenis een gezonde en sportieve kamp leveren. Als we altijd zo tegenover elkaar blijven staan zoals deze jongens, dan zal het met Helmond wel gaan in de toekomst en dan behoeven er echt weinig zorgen te bestaan.”

Na elf zesdaagsen brandde in 1970 het parochiehuis af. Er kwam een afscheidsvergadering, waarbij de rollen aan “Buitenlust” werden overgedragen. Er bestond ook belangstelling voor dorpen in de omgeving en wijde omtrek om ook een dergelijk binnengebeuren te organiseren. En daarbij werd handig gebruik gemaakt van de overzichtelijke wedstrijdschema’s die door de bestuurders Toon van Lieshout en André Beerkens werden opgesteld. Nadat het parochiehuis in vlammen was opgegaan verleende onze vereniging medewerking aan de Avondzesdaagse ten bate van Helmond Sport. Het bracht f 15.000 op voor de voetbalvereniging en toen Helmond haar 800-jarig bestaansfeest vierde werd er druk op de rollen gekoerst onder de Kasteel Traverse. De laatste keer ook dat deze rollen gebruikt werden.

Alles bij elkaar heeft “Buitenlust” veel goodwill gekweekt met het organiseren van allerlei wieleractiviteiten voor anderen, maar zelf is de club hier geen cent rijker van geworden.

De opleving

In het begin van de zestiger jaren wordt er van alles aan gedaan om “Buitenlust” weer in de belangstelling te krijgen. Men begint weer met een trainingsomloop in het Lieropse gehucht Hersel. De club krijgt opnieuw de beschikking over een trainingslokaal, waar bestuurders, renners en supporters elkaar kunnen treffen. Dit was het café van Huub van Stiphout aan de Kanaaldijk. Het was een trefpunt voor bestuurders, supporters en renners. “Buitenlust” heeft de magere jaren nu duidelijk achter zich liggen. Op dinsdag- en donderdagavond werd er getraind. Het parkoers had een lengte van drie kilometer. Harrie van der Aa was de competitieleider. ”Zonder vergunning trainden we op Hersel” weet de latere voorzitter zich nog te herinneren. “We stonden met een vlag op de bocht en hielden zelfs militaire colonnes tegen.” Op Hersel was het trainen uiteindelijk niet meer mogelijk ondanks de hulp van de leden. Nadat een plaatselijke landbouwer door een spurtende groep werd aangereden en het autoverkeer steeds drukker werd verdween het trainingsparkoers in Lierop op het einde van de zestiger jaren. ”Buitenlust” heeft altijd in zijn bestaan het accent gelegd op de jeugd. Het organiseerde op Hersel ook een jeugdcompetitie. Hieraan is het te danken dat de KNWU een aparte licentie voor junioren instelde. In 1965 stond er een dergelijke competitie op het programma met als inzet een echte racefiets.

Toon van Lieshout deed veel aan ledenwerving. Hij ondernam acties om “Buitenlust” te promoten door deze trainingen op het Lieropse gehucht Hersel. Toon trainde de jeugd op woensdagmiddag. Hierdoor en door ledenwerfacties steeg het ledental gestaag. In 1969 zou zich het 200e lid aanmelden. Veel renners hebben er op gewone fietsen hun eerste voorzichtige stappen op het wielerpad gezet.

De wielerschool

“Buitenlust” bereikte in 1964 haar hoogtepunt in de ontwikkeling. Het verzorgingspeil werd bijna vertienvoudigd. “Buitenlust” was een moderne vereniging geworden. Alle activiteiten waren er op gericht om het grote aantal actieve renners zo goed mogelijk te begeleiden en hen die leiding te geven, die vaak in wedstrijden noodzakelijk is. Veel meer dan ooit het geval is was het beleid erop gericht de jongens ook op te vangen als ze niet in een wedstrijd zaten. De renners kregen een echte scholing

als sportman. Een voorbeeld hiervan was de “Wielerschool” die in Helmond in het winterseizoen draaide en waarin allerlei problemen door artsen en technici behandeld werden. De “Wielerschool” was ook toegankelijk voor leden van andere clubs. Er was ook een boeiende redevoering van rector Michielsen: “Deze cursus moet voor jullie een hulp zijn, maar kweekt natuurlijk geen kampioenen. Door deze hulp kan de cursus bijdragen om met vreugde en voldoening de wielersport te beoefenen.”

Maar ook de Franse lessen die gegeven werden om de renners, die in het buitenland reden, enigszins wegwijs te maken. Verder de technische voorlichting door deskundigen op het gebied van massage en heilgymnastiek.

Aan licentievergoedingen, reisvergoedingen, loondervingen, clubtruien, kerstgeschenken, prijzen, bekers en jeugdzorg keerde men in 1964 het tienvoudige uit van wat in twee jaar eerder uitgegeven werd. Op de begroting van 1965 bleek dat men dit bedrag nog met de helft wilde verhogen.

Wielertalenten

Het is opvallend dat veel renners uit de jaren zestig afkomstig zijn uit de regio. De club begint weer wedstrijden te organiseren en assisteert ook bij de verschillende rondes in de dorpen rondom Helmond. Onder voorzitterschap van Jan Relou kreeg men diverse wielerrondes in de regio: Gemert(met de oude gloriën),  Aarle-Rixtel, Mierlo-Hout, Beek en Donk, Erp, Lierop, Asten, Someren, Liessel en Lieshout.

Diverse keren werden ook provinciale kampioenschappen georganiseerd, De. dorpen zelf leverden ook de meeste renners. Elk dorp had wel zijn supportersclub.

Jan Relou bracht in die jaren zelfs een ploeg op de been met louter clubrenners. Met deze ploeg werd aan een groot aantal klassiekers deelgenomen. Met een busje trok men vooral naar de koersen in het Limburgse land.

Voor een groot aantal renners leverde deze aanpak successen op. In het begin van de zestiger jaren vormt de rijke oogst uit de competities de kern van waaruit “Buitenlust” is begonnen aan de successenreeks. Mede onder impuls van de toenmalige voorzitters Jan van Mierlo en Jan Relou worden de Buitenlust-renners gevaarlijke klanten in de criteria en vaderlandse klassiekers. Amateurs als Leo van Schalen, Jan Spetgens en Piet van der Kruijs brengen het zelfs tot een plaats in de nationale selectie. Hun namen worden tot zelfs achter het IJzeren Gordijn bekend. Andere amateurs die vooral in de regionale koersen rond de kerk te vinden waren zijn Cor Vriens, Sjaak van Kessel, Tony Gruijters, Chris Hoedelmans, Gerrit van Lith en Henk van Kilsdonk.

Door het onvermoeibare werk kende onze vereniging in die periode ook een aantal beroepsrenners. Piet Damen, die in Helmond een café begon, was een renner die ook in de Tour zijn klimkwaliteiten toonde. Halverwege de zestiger jaren sloot hij zijn wielerloopbaan af. Ook Piet Buuts uit het kerkdorp Keldonk reed tussen de broodrijders. Leo van Dongen was ook in het grootste wielerspektakel ter wereld te vinden. Astenaar Paul Konings reed vooral bij onze zuiderburen en was een pupil van Lomme Driessens. De rij beroepsrenners die op het eind van de zestiger jaren hun profloopbaan startten sluiten we af met Jan van Katwijk en Matje Gerrits. Zij hadden bij de amateurs als inwoners van het wielernest Oploo in een gezonde rivaliteit menige wedstrijd op hun naam gebracht.

 

“De Vleut”

Jos van der Vleuten is zondermeer de Buitenlustrenner die in de rijke geschiedenis van de club de meeste publiciteit naar zich toe haalde. “De Vleut”, zoals hij door zijn vele supporters genoemd werd, was een gevaarlijke klant in de koersen rond de kerk. Ook tijdens de meerdaagse wedstrijden was hij vaak voorin te vinden. Hij leverde nogal wat opzienbarende prestaties, zoals in Olympia’s Tour en de rondes van Canada en Oostenrijk. Toch werd hij in 1964 gepasseerd voor de Olympische Spelen in Tokio. Dit was voor hem de aanleiding om over te stappen naar de beroepsrenners. Jos “de Vleut” heeft tien keer een licentie aangevraagd als beroepsrenner. En reed achtereenvolgens voor Flandria, Televizier-Batavus, Peugeot-BP, Willem II-Gazelle, Gazelle, Goudsmit Hoff en Kela Tapijt. De ploegleiders hadden hem graag in de ploeg, hij zorgde voor spanning wanneer de wedstrijd dreigde te verzanden in een gezapig “kilometertjes rijden.”

Hij zou zich ontpoppen als een bekwame meesterknecht, die vooral van zich deed spreken in de Tour de France. Aan dit grootste wielerspektakel ter wereld nam hij zes maal deel. Hij wist nimmer een etappe te winnen en dat doet hem nu nog pijn. Daarentegen won hij in de Ronde van Spanje in 1966 het puntenklassement en behaalde in totaal bij vier deelnames vier etappezeges. De grote kracht van Jos lag vooral in het beulswerk tijdens grote ontsnappingen. Maar ook voor eigen publiek zou de prof uit Mierlo-Hout  zich in die tien jaar als prof telkens tonen. Er ging geen profronde op de Markt voorbij of “De Vleut”zou er een hoofdrol spelen. In 1973 nam hij tijdens een criterium op de Europaweg afscheid van zijn supporters uit Helmond. Hiermee viel het doek over zijn succesvolle loopbaan. In “Wielersport” vertelde hij aan Ad Vingerhoets:” In de afgelopen tien jaar heb ik te maken gehad met alle grote coureurs van deze tijd. Ik heb intens veel plezier beleefd aan de wielersport, maar er is een tijd van komen en gaan. Ik heb de gereedschapslijperij van mijn vader overgenomen en ben daarom gedwongen te stoppen. De jaren bij Televizier blijf ik zien als de beste en vetst betaalde.”

De gemiste kans

In het begin van de zestiger jaren wordt het ontbreken van een wielerbaan in Oost-Brabant als een duidelijk gemis ervaren. Er wordt van alles in het werk gesteld om in dit gemis te voorzien. Het comité Ronde van Nederland sticht een fonds om te komen tot de bouw van een wielerbaan in Helmond. In 1964 lijkt alles in kannen en kruiken. De toenmalige wethouder ‘Jeske’ van Deutekom zegt steun van de gemeente toe. Eén lang gekoesterde droom lijkt eindelijk in vervulling te gaan. Helmond zou een wielerbaan krijgen. De Helmondse Courant meldde: “Gistermorgen besloot het college van B& W de initiatiefnemers de vergunningen die zij nodig hadden te verstrekken. Bovendien kan het comité dat alle plannen maakte en de voorbereidingen trof rekenen op de steun van de gemeente. Dit verheugende nieuws vertelde gistermiddag wethouder van Deutekom.” De wielerbaan van 200 meter zou komen te liggen op een terrein grenzend aan de speeltuin van Binderen. De wethouder stelde als maximum termijn twee jaar. De verwachting was dat een jaar later alles in kannen en kruiken zou zijn. “Helmond heeft erkenning gekregen voor zijn verknochtheid aan de sport” was de mening van de wethouder. Later gaat de voorkeur toch uit naar de locatie achter sportpark de Houtsdonk. Na 31 vergaderingen maakt het stichtingsbestuur op 16 januari 1968 de bouw van de wielerbaan bekend. De maquette was al gereed. Helaas zou de bouw van deze wielerbaan een utopie blijven. Het bleek financieel niet haalbaar. Bij de viering van het 50-jarig bestaan van “Buitenlust” in 1984 ging de lang gekoesterde wens alsnog in vervulling: de aanleg van de huidige “wielerbaan” in de wijk Rijpelberg.