Foto
Foto
Foto

Buitenlust in de jaren zeventig

25 april 2017


Nationaal kampioenschap in Helmond

“Buitenlust” had vanaf haar oprichting vele wielerevenementen georganiseerd. Eén ontbrak er echter: het nationale kampioenschap. In 1970 wees de KNWU het nationale wegkampioenschap aan Helmond toe. De toenmalige voorzitter Jan Relou probeerde heel Helmond te interesseren voor een dergelijk evenement. De Helmondse bevolking hadden oog voor de titelstrijd. Ook de medewerking van de gemeente was uniek te noemen, terwijl men binnen de KNWU de organisatie vooraf alle lof toezwaaide. Op een parkoers dwars door het centrum over de brede autobaan de Europaweg, via een kleine lus over de klinkers in de binnenstad, vijf kilometer open veld tussen Helmond, Stiphout en MierIo. De kritiek vooraf betrof vooral het vlakke parkoers.  “Niettemin kan dit parkoers tot een van de allerzwaarste worden. De moeilijkheden zullen dan bepaald niet liggen op de brede autobaan of de kleine lus over de klinkers in de binnenstad, maar veeleer in de bijna vijf kilometer in het open veld.” vonden de organisatoren. Bij een massale publieke belangstelling zou de bouw van een wielerbaan financieel een stap dichterbij kunnen komen. Jan Relou was de initiatiefnemer:” Als deze kampioenschappen slagen. Als we werkelijk de 40.000 mensen krijgen die we verwachten dan kan de laatste stoot gegeven worden tot de totstandkoming van de wielerbaan. Er is nu een flinke pot. We hebben de bouwopdracht verstrekt aan de Duitse baanbouwer Herbert Schörmann. En we kunnen de kale baan leggen. De nevenaccommodaties bij deze houten baan: tribunes en kleed-en wasgelegenheid zouden gerealiseerd kunnen worden als deze kampioenschappen een financieel succes worden.” De bedreven organisator legde in de regionale pers uit dat het niet kon mislukken: “In Helmond hebben we alle wielerevenementen georganiseerd in de loop der jaren. Alleen het nationale wielerkampioenschap was nog nooit op Helmonds grondgebied verreden. Daarom heeft “Buitenlust” de KNWU gevraagd het kampioenschap aan Helmond toe te wijzen zodra er plannen zouden zijn om het Limburgse Beek te verlaten. Vorig jaar ketste onze aanvraag op het laatste moment af. Dit jaar mogen wij het eens proberen. “Buitenlust” heeft alleen te weinig kader: mensen die voor een dergelijke organisatie capabel zijn. De bekende industrieën in de wielerwereld willen voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. De kosten zijn 125.000 gulden waarvan er 50.000 naar de KNWU gaan.”

De titelstrijd voor dames, amateurs en profs zou geen onverdeeld succes worden. Het parkoers, door velen te licht genoemd, bleek een onverbiddelijke scherprechter. Twee dagen lang brandde echter de “koperen ploert”in volle hevigheid. De zon was er tevens de oorzaak van dat men veel minder publiek kreeg dan verwacht werd. De ontstellende warmte bracht bij de profs een onbevredigende wedstrijd, met een nog minder bevredigende kampioen in de persoon van de totaal onbekende Peter Kisner. “Buitenlust”coryfee Jos van der Vleuten was in 1970 bezig één van zijn meest succesvolle seizoenen. Hij blonk vooraf van zelfvertrouwen: “Op dit moment kan ik zelfs sprinten vanuit de groep en winnen: wie hier kampioen wil worden zal eerst de Vleut moeten kloppen.” Maar de pechduivel sloeg onverbiddelijk toe. Martin van de Kimmenade beschreef in het Helmonds Dagblad van 22 juni 1970 het noodlot van de “Vleut” “Heel Helmond gokte op Jos van der Vleuten, verreweg de meest offensieve renner. Bijna leek het kampioenschap het zoveelste drama te worden want bij de laatste doortocht voor de finish reed de Houtenaar lek. Een nieuwe jacht op de kopgroep volgde en al heel snel kon hij zich bij de koplopers voegen.” In de eindsprint sprintte Peter Kisner naar de nationale driekleur. Een leeglopende achterband zorgde ervoor dat Jos van der Vleuten zich tevreden moest stellen met het brons. “Als ik niet lek rijd word ik kampioen” is zijn reactie na afloop.

“Buitenlust” kreeg na afloop de uitbundige lof toegezwaaid van het hoofdbestuur van de KNWU en de sportcommissie voor de voortreffelijke organisatie. Maar het was de warmte die de mensen weghield van het parkoers. Zij zochten verkoeling, terwijl ruim 12000 dapperen zwetend langs het parkoers stonden. De titelstrijd zou een keerpunt betekenen in de geschiedenis van Buitenlust. Het financiële succes bleef noodgedwongen achterwege en men moest weer met een schone lei beginnen. Bestuurder Harrie van der Aa memoreerde enkele maanden later in het clubblad: “Het jaar 1970 is voor Buitenlust een pechjaar geweest. De vereniging heeft veel moeten incasseren op allerlei gebied. Het kampioenschap van Nederland dat geweldig was tegengevallen wat betreft belangstelling. Maar zeker niet als wedstrijd en als organisatie. Door deze financiële tegenslag en diverse andere dingen heeft de stichting Wielerbaan Helmond de bouw te zwaar bevonden en is de stichting ontbonden. “

Doordouwer in organisatie

Jan Relou was een van de meest imponerende leden uit de historie van de vereniging. Van jongsaf aan leefde de Helmondse brandstoffenhandelaar voor de wielersport. Eerst als actief wielrenner en later als sponsor. Als sponsor had hij jarenlang een naam in de wielersport. “Met Pierre Smits, onze huidige secretaris, ben ik eigenlijk de wielersport ingestapt. In de jaren dat ik alleen nog maar als sponsor fungeerde was Pierre de ploegleider. Later is hij bestuurslid geworden” vertelde hij in een streekkrant. Vooral in de kwaliteit als bestuurder heeft de wielersport Relou leren kennen en waarderen. Vele jaren was hij al bestuurslid van Buitenlust voordat hij in 1965 gekozen werd tot voorzitter. Met die keuze brak één van de meest bruisende perioden aan in het leven van de wielerclub. Met zakelijke hand, hard als het nodig was, nam hij de organisatie op zich van vele evenementen: profrondes in Helmond, amateur-criteria in de omgeving, provinciale kampioenschappen en als hoogtepunt de nationale kampioenschappen op de weg voor amateurs en beroepsrenners in 1970. De komst van een wielerbaan in Helmond was zijn grootste droom. “Eén project hoop ik in mijn voorzittersperiode bij Buitenlust nog te kunnen beleven: het gereedkomen van de Helmondse wielerbaan, waarvoor terreinen beschikbaar zijn en de te bebouwen gedeeltes al zijn uitgezet” vertelde hij tegen een regionale penneridder. “En als het lukt op 20 en 21 juni dan is Helmond nog een keer etappeplaats in de Tour de France” voegde hij eraan toe.

Naast deze activiteiten vond hij ook nog gelegenheid zelf op de fiets te klimmen voor toertochten en trimritten. Met enkele andere enthousiastelingen legde hij de basis voor de bloeiende toeristenafdeling.

Jan Relou had nog veel meer plannen en ideeën. Helaas kwam hij in het Limburgse Kessel in een gentlemenwedstrijd ernstig ten val en overleed vijf en een half jaar later op 30 januari 1976 .

Hoewel iedereen bij “Buitenlust” wist hoe het met de oud-voorzitter gesteld was kwam het bericht van zijn overlijden toch heel hard aan.

“De Spet”

In 1971 bewees een Buitenlustrenner dat een nationaal kampioenschap zonder klauterwerk geen kampioenschap waardig is. Het nationale wegkampioenschap werd dat jaar op de Cauberg in Valkenburg verreden. Jan Spetgens,de amateur uit Someren, was als de grote favoriet van start gegaan. Het zou een kampioenschap worden waarover nog jaren gepraat werd. “De achtduizend toeschouwers op de Cauberg hielden de adem in. Wie zou de nieuwe amateurkampioen worden van Nederland? Als eerste over de top en over de streep vertoonde zich de roodwitte Buitenlusttricot en toen wisten de kijkers het wel. Jan Spetgens was de nieuwe kampioen.” Dolle vreugde in het kamp van de “Spet” die de meeste aanspraken kon maken op het eretricot. De met spandoeken en petjes gewapende supporters,die driftig hun kelen smeerden met vele vaten bier, waren uitzinnig van vreugde en maakten zelfs een geheelonthouder tot een bijzonder dorstig mens. De titelstrijd in 1971 was een van de zwaarste die de amateurs ooit voorgeschoteld hadden gekregen. “Eigenlijk is dit niks voor mij” vertelde de “Spet” na afloop in het feestgewoel, maar het is toch wel een keer lollig om het mee te maken. Zoiets beleef je nooit meer.” De nieuwe kampioen zou toen niet kunnen bevroeden dat hij een jaar later weer als eerste over de meet zou gaan. Het zou een turbulente finish worden, die in de wielerannalen staat bijgeschreven als de sprint waarbij een motorrijder de finale vervalste. De “Spet” was van zijn rijlijn afgeweken en daardoor moest men hem de nationale titel ontnemen. Hij kreeg profcontracten aangeboden,reed de Tour de l’Avenir en de Wereldkampioenschappen in het Zwitserse Mendrisio maar zou te lang wachten op een overstap naar de rijen van de broodrijders. Toen het eenmaal zover was, kon hij in een slecht georganiseerde ploeg, geen potten breken en verdween geruisloos door de achterdeur. De “Spet’ een mythe in zijn woonplaats Someren, zou geen opvolger binnen de vereniging krijgen.

De jeugd

Onder het motto” De jeugd heeft de toekomst” startte Buitenlust in 1968 haar jeugd afdeling. Het begin werd gemaakt door wekelijkse trainingen op het Helmondse industrieterrein. In een mum van tijd steeg, onder de bezielende leiding van initiatiefnemer Tiny Smits, het ledental tot dertien. Het begin was gemaakt. Door de toenemende drukte van het vrachtverkeer was het onverantwoord om te blijven trainen op dit parkoers. Toen kwam de supportersclub in Erp met een voorstel. Ondanks de ijdele hoop op een jeugdparkoers in het plan Varenschut verblijft men vervolgens noodgedwongen in Erp. Door de trainingen in dit dorp werd de jeugdaanwas uit de omliggende dorpen groter, terwijl de Helmondse inbreng steeds verder terugliep. Dat uit de jeugd sterke renners voortvloeien is bij “Buitenlust” al meermalen bewezen. Eind jaren zeventig moeten namen als Frank Moons, Theo Vriens, Jos van Gerwe, Riny en Michel van Dijk en Marcel Versteegden de wielerliefhebber ongetwijfeld niet vreemd in de oren klinken.

De Jeugdtoer

Buitenlust was ook in het verleden al diverse malen “in” geweest voor iets nieuws. Toen er in 1973 tijdens een K.N.W.U. -districtsvergadering gesproken werd over een alternatief voor de “Tour de Junior” in Achterveld slaakten de bestuurders na afloop tijdens de terugreis de verzuchting: “Als Buitenlust dat eens waar kon maken.” En daarmee was in feite het begin gemaakt van de “Nationale Jeugdtoer Buitenlust “. Het idee om voor de jeugdwielrenners een wielerkamp te gaan organiseren liet de bestuursleden niet meer los. Op het moment dat men het vakantiecentrum van de NKS in Griendtsveen had gezien wilde  men ook niet meer weg. In het begin van maart werd er een commissie gevormd. Een grote commissie waarvan ook erelid en KNWU-consul Jan de Kimpe deel uitmaakte. Maar ook niet- Buitenlustleden als Harrie van Gestel en Toon van Gils steunden het initiatief. Het NKS-vakantiecentrum was een ideaal vakantieoord met een parkoers dat bijzonder geschikt bleek. De “Jeugdtoer” zou een jarenlange traditie worden. De eerste uitgave betekende voor de vereniging een experiment èn een uitdaging. In het Helmonds Dagblad was men vol lof: “Het landelijke Griendtsveen beleefde een drukte zoals het maar zelden kende. 135 Jeugdwielrennertjes uit alle delen van ons land namen aan de eerste vakantieweek deel. Een reactie van één van de deelnemertjes “Het is net of ik een hele week op een bruiloft geweest ben” spreekt voor zich. Ouders en kinderen werden op het einde van de week doodmoe uitgeleide gedaan in het pittoreske Peeldorpje Griendtsveen. Of zoals één van de commissieleden het uitdrukte: “In de afgelopen drie maanden ben ik een half jaar ouder geworden, maar het was me volledig waard.” De eerste jaren trad de schatbewaarder van de vereniging Pierre Smits als kampleider op. Met strakke hand waar nodig én Brabantse gemoedelijkheid. Kampleider Pierre Smits zou vervolgens opgevolgd worden door Toon van Gils en Bert Pots. Het landelijke Griendtsveen zou ook in de volgende jaren begin augustus een gezellige drukte kennen zoals het maar zelden voorkwam. Overdag konden de jongens zich uitleven in sport- en spelonderdelen, terwijl de vroege avonduren voor de wedstrijden gereserveerd waren. Tal van bekende renners hebben hier hun eerste voorzichtige stappen op het wielerpad gezet: Erik van der Aerden, Frank Moons, Hans Daams, Nico Verhoeven en Jean-Paul van Poppel. Smaakmaker van de vakantieweek was de “levende mascotte” “Tieske” van Leuken die grenzeloos populair was bij de jeugd. Op het einde van de zeventiger jaren werd het roer overgenomen door een speciaal daartoe gevormde stichting. Ze verloor echter na het overlijden van grondlegger Jan de Kimpe een belangrijke spil binnen het vakantiegebeuren. Toen het vakantieoord “Mariapeel” in andere handen overging stapelden de moeilijkheden zich op. Na de feestelijke viering van het tweede lustrum in Griendtsveen werd uitgekeken naar een alternatieve locatie.

Opleiding

Sinds het begin van de jaren zestig bestaat het verschijnsel van wielerploegen bij de amateurs. De meest getalenteerde renners worden uit de vereniging weggehaald om ter meerdere eer en glorie van de sponsor wedstrijden te rijden. Maar de K.N.W.U. wilde op het einde van de zeventiger jaren tot een ander systeem komen. Ze zagen meer in het sponsoren van de wielerclubs door het bedrijfsleven. Ook “Buitenlust” vond in die jaren sponsors. Het geeft de club meer mogelijkheden. Meer renners konden gaan profiteren van de faciliteiten en ook bedrijven met kleinere reclamebudgetten zouden zich op de wielersport kunnen gaan richten. Men kan weer gaan deelnemen aan grote binnen- en buitenlandse wedstrijden. Diverse oud-renners gaan zich met de begeleiding van jonge renners bezig houden. Deze periode stond in het teken van die eerste aanzet tot clubsponsoring. En daarmee hoopte men ook een einde te maken aan de bepaald ongezonde verhoudingen bij de grote sponsors. “Buitenlust” kende een bijzonder groot rennerspotentieel in deze periode. Renners als Bert Pots, Rob Adriaans,Wim de Louw,Piet van der Kruijs,Jan Spetgens,Henk van Kilsdonk,Ferry van der Vleuten,Tony Gruijters, Frans Thijs, Wim Rooijakkers, Frans Francissen en Piet Kessels hebben menig wielerhart in vervoering gebracht. In het clubshirt kwamen ze uit tijdens provinciale en nationale kampioenschappen. Zoals in Dronten waar in 1972 Jos en Ferry van der Vleuten,Jan Spetgens en Jan van Katwijk nationaal titelhouder werden tijdens het nationale clubkampioenschap in de A-groep. Maar ook zij kozen voor het merendeel voor de beter geoutilleerde wielerploegen. Toch slaagde “Buitenlust” erin om via Thieu Kessels een clubsponsor te strikken in de persoon van Dovens Mode.

Ook de mogelijkheden om aan vaderlandse klassiekers deel te nemen werden hierdoor groter. Op het einde van de zeventiger jaren komt zich een nieuwe lichting aanmelden met talentvolle renners als Frank Moons(die meerdere klassiekers op zijn naam schrijft), Riny en Michel van Dijk,Engelbert van Horik,Ron Paffen en Ruud Mulders. In de voorbereiding op het wegseizoen werd er deelgenomen aan de nationale veldritten. Een renner als Jan van Boxmeer werd in deze discipline uitgezonden naar het buitenland.

Fietstoerisme

Het wielertoerisme wilde bij “Buitenlust” na de 24-Uursritten in de jaren dertig niet zo vlot op gang komen. Begin vijftiger jaren waren er nog wel een paar toeristentochten op gewone fietsen van rond de 100 kilometer. Maar in 1953 vonden deze ook geen doorgang meer omdat er te weinig mensen meededen en het daardoor te duur werd. Op het einde van de jaren zestig begint de belangstelling voor het fietsen als recreatiesport plotseling toe te nemen. Enkele oud-wielrenners maakten op zondagmorgen hun eerste tochten. Ze zochten contact met het bestuur van de Ren- en Toeristenclub “Buitenlust” waarvan Jan Relou voorzitter was. Tijdens de ledenvergadering van januari 1968 werd officieel besloten tot (her)oprichting van een toerafdeling. Felix Vincent werd benoemd tot contactpersoon tussen de toerfietsers en het bestuur.

Al vrij snel werd aansluiting gezocht met de NRTU. Een jaar later werden de eerste toerlicenties in de A-klasse aangevraagd. Dat men toch niet helemaal goed raad wist met de toeristen blijkt wel uit het feit  dat bij de clubkampioenschappen, óók bij de categorie toeristen, de snelste man winnaar was. Marinus Rooijakkers was de eerste kampioen met een voorsprong van twee minuten op zijn twee rivalen. Er werd deelgenomen aan allerlei tochten tot ver over de grenzen.

De toeristenafdeling groeide snel. Er kwam een afgevaardigde in het bestuur in de persoon van Rini v.d. Els, die in 1972 opgevolgd werd door de toeristenleider Jan Eykemans. De belangen van de toeristen bleken soms op een ander vlak te liggen dan die van de actieve renners. De reden waarom er in 1973 werd overgegaan de installatie van een toeristencommissie. Onder deze commissie leidde de afdeling toeristen een tamelijk zelfstandig bestaan. De tocht naar de Eifel en de Helmondse Fietsvierdaagse waren jaarlijks terugkerende hoogtepunten. Dertien jaar lang groeide en bloeide de toerafdeling onder de vlag van de R.T.C. “Buitenlust” totdat de KNWU roet in het eten gooide. De wielrenunie ging namelijk ook toeractiviteiten ontplooien en eiste van de verenigingen dat de toerfietsers ook bij de KNWU werden ondergebracht. De NRTU (de huidige NTFU) was op dat moment de enige organisatie in Nederland die het toergebeuren in goede banen leidde. De toerafdeling van “Buitenlust” voelde er niets voor om naar een andere bond over te stappen. Het werd een moeilijke periode. Een beslissing werd geforceerd doordat de KNWU dreigde de licenties van de actieve wielrenners in te houden. In een emotionele ledenvergadering werd besloten tot splitsing van de vereniging, waardoor op 2 december 1980 kon worden overgegaan tot de oprichting van een zelfstandige toerclub. Dat was een hele klap voor de R.T.C. “Buitenlust”. Een gezonde wielerclub zag ongeveer de helft van de leden verdwijnen en daarmee ook veel inkomsten. Dat de scheiding overigens in goede harmonie is verlopen, blijkt wel uit het feit, dat de toerfietsers de naam ‘Buitenlust’ mochten meenemen. De hechte band met de moedervereniging bleef behouden.