Foto
Foto
Foto

PEDAALRIDDERS VAN DE PEEL

Op deze pagina besteden we aandacht aan de rijke wielerhistorie van de regio Peelland op de grens van Brabant en Limburg. Eén van mijn wielerdromen is het schrijven van een boekwerk over de wielrenners en wielrensters uit mijn omgeving. Al op jonge leeftijd ben ik gaan schrijven over de wielersport in de regio en heb in de loop der jaren veel krantenknipsels, foto’s en programmaboekjes verzameld. Mocht U mij aan informatie en fotomateriaal kunnen helpen over de wielersport dan hou ik me aanbevolen! Een voorproefje vindt U hieronder. Veel leesplezier!

Het wielernest Deurne

 

In de eerste aflevering van een historische serie over de wielerdorpen uit de regio Peelland besteden we dit keer aandacht aan Deurne. Deurne is een gemeente die ruim 32000 inwoners telt. Dat er ook een aantal zijn die een wielerlicentie bezitten zal ook geen verbazing wekken. Wel het aantal dat de laatste jaren flink gereduceerd is. In “Wielernest Deurne” kijken we terug op de wielerhistorie van dit flink uit  de kluiten gewassen dorp. Een dorp dat in het verleden ook landelijke aandacht kreeg door schrijvers als Toon Kortooms en Antoon Coolen, tekstdichters als Jules de Corte en Friso Wiegersma, een topindustrieel als Huub van Doorne en volksfiguren als Grard Sientje en dokter Hendrik Wiegersma. Deurne dat hierdoor ook gekoppeld wordt aan het harde labeurwerk in de Peel. Turfstekers verdienden hier hun schamele kostje en hadden het ook niet breed. Het harde labeur gaf hen weinig tijd en mogelijkheden voor sportieve verpozing. Of toch?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De Deurnese Doortrappers 1909

In de bocht op de zandbaan

Deurne kent een rijke wielerhistorie dat haar oorsprong al ver voor de oorlogsjaren kent. In het begin van de vorige eeuw hadden de “Deurnese Doortrappers” in café van Gerwen hun clubhuis. In de jaren dertig kwamen er veel toeschouwers naar het zandbaantje aan de Zeilbergsestraat. Oudere Deurnese wielerliefhebbers vertelden enthousiast  over dit zandbaantje. Grote plaatselijke namen als Driekske Althuijzen, Lou van Dijk, Dorus Evers, Lambert van Deurzen en Harrie van Goch reden zich hier op hun klassieke fietsen in het zweet. De zandbaanperiode was aangebroken. De populariteit van de houten banen moest nog komen. De topper op de zandbanen Driekske Althujzen heeft met Piet van de Kimmenade en de Lange Bakker (Leo van der Linden) op de zandbanen van Venray, Wanssum en Meijel vele wedstrijden gewonnen. Tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog lag de bloeiperiode van de Nederlandse baansport. De meeste zandhazen konden het verschil tussen de zandpiste en de houten baan niet overbruggen. Er was meer snelheid,meer souplesse voor nodig. Sommige baanrenners zijn verder de professionele weg op getrokken. Caféhouder Driekske Althuijzen bleef een pure amateur. De Tweede Wereldoorlog zette een domper op de actieve beoefening van de wedstrijdsport.

Na de oorlog ontstonden in Limburg de zogenaamde “mijnwerkersronden”. Die resulteerden in de oprichting van de Roomsch Katholieke Nederlandse Wielren Bond. In de volksmond zou deze bond ook wel de Limburgse bond genoemd worden. Minder liefkozend de ‘wilde” bond. In Deurne werd in 1950 wielervereniging DTS (Door Training Sterk) opgericht. Zij sloten zich ook bij deze bond aan. Een belangrijke rol werd daarbij gespeeld door de wielerliefhebbers van der Heijden en Leijsten. In de vijftiger en zestiger jaren waren op de Markt renners als Frans van der Heijden, Broer Evers, Jan van Bakel, Jan Reijnders, Chris Hoedelmans en Toon van Goch actief. Er werden wedstrijden georganiseerd in het centrum waar de echte kasseien een zware rol speelden. Duizenden inwoners van het Peeldorp Deurne moedigden hun lokale favorieten aan. Met de verminderde aandacht voor de NWB kwam er jaren geleden een voortijdig einde aan deze wielerclub. Latere profs als Peter Winnen, Wil Brouwers, Twan Verstappen en Frank van Bakel startten hun wielerloopbaan in DTS shirt. De organisatie van een mountainbikewedstrijd in de Walsberg vormde het laatste organisatorische wapenfeit van deze vereniging.

Wil Brouwers

Overwinningenfabrikant

“ Hij moet het hebben van de spurt. Als eerste door de laatste bocht komen, keihard aanzetten en een voorsprong van een paar meters nemen en dan in het zadel op een verzet van 53-13 naar de meet.” Zo schreef de regionale pers over Sjaak van Kessel die in de jaren zestig ervoor zorgde dat Deurne regelmatig in de wielerschijnwerpers stond. In zijn topjaar 1965 kwam hij 19 keer als winnaar over de meet. Twee jaar later klopte hij in de sprint zijn medevluchters in de strijd om de Brabantse titel bij de KNWU-amateurs. Een glanzende wielerloopbaan lag voor hem in het verschiet. Hij was echter pas 22 jaar toen hij zijn fiets naar de zolder transporteerde. “Het was net of er een zware last van mij afviel”. Jarenlang liet hij de actieve beoefening van de wedstrijdsport aan anderen over. In 1976 klom hij opnieuw op de racefiets. En ging weer recreatief fietsen. Het ging zo goed dat ze met een man of vier een licentie aanvroegen bij de Limburgse bond. Het tweede gedeelte van zijn carrière boekte hij vooral succes bij de NWB: In 1981 en 1982 wereldkampioen bij de wilde bonden, drie keer NWB kampioen. De meeste jaren in het VIVO en Supershirt. In het begin van de jaren negentig stapte Sjaak van Kessel (wiens broer Martin redelijk succesvol was als veldrijder) opnieuw over naar de KNWU waar hij in nationale titels grossierde bij de veteranen en masters. Ook hun neef Willy van Kessel is actief in de wielersport.

In het begin van de jaren tachtig waren er ook successen voor het broedertrio Ruud, Leo en Bert Pots. Deze laatste bereikte als junior en amateur goede resultaten o.a. tijdens de wereldkampioenschappen bij de studenten. Hij zou zijn maatschappelijke loopbaan laten prevaleren boven de onzekerheid van een bestaan als broodrijder. Bert Pots werd Ingenieur Doctor in de technische wetenschappen. Opmerkelijk was de stelling in zijn proefschrift: “Het aanwenden van een medische indicatie om het gebruik van ongeoorloofde dopingmiddelen te rechtvaardigden is een drogreden. Het alternatief is het verder afzien van sportieve inspanningen door betrokkene.”

Nico Martens stond bekend om zijn aanvalsdrift in de koersen rond de kerk. Hij kwam daardoor regelmatig op het podium. Toen er voor de laatste keer gestreden werd om de Brabantse titel in Vlijmen ontglipte hem de gouden medaille. “Ik wist dat Michel ging winnen. Hij sprint beter dan ik.” Zijn opponent Michel van Dijk heeft na een te korte wielerloopbaan zijn domicilie in Deurne gevonden.

Mike Strijbosch leek ook een florissante wielertoekomst tegemoet te zien. “Het is en blijft een hobby” was de kop boven een artikel na zijn zoveelste rentree. Na zijn succesvolle eerste jaar bij de amateurs in 1985 werden de prestaties zienderogen minder. “Ten eerste kwam dat omdat ik ging werken en daarnaast ook nog studeerde. Ten tweede lette het hele peloton op mij. Ik hoefde maar even aan te zetten of er werd gereageerd.” Een contract bij een topploeg bleef ook achterwege: “Ik ben voor de meeste begeleiders te eigenwijs” was zijn simpele uitleg.

In de jaren tachtig waren er ook successen weggelegd voor Jo van Lierop, Hans van de Mortel een topper in regionale atletiekwedstrijden) en Frank van Bakel, neef van de bekende ex-veldrijder en naamgenoot Frank van Bakel.

Jac van Kessel

Veldritnest in het Zandbos

De jaren tachtig was ook de bloeiperiode voor de veldritsport in Deurne. De man die dit allemaal aangewakkerd had was Wil Brouwers, wiens broer Nico ook actief was als wielrenner. Wil werd in 1976 nationaal kampioen bij de amateurs in Cadier en Keer, stond zes keer op het podium tijdens NK’s en nam ook deel aan verschillende wereldkampioenschappen. In de periode van 1980 tot 1987 reed hij als beroepsrenner. “Wil Brouwers klasse apart” was de kop boven een wedstrijdverslag waarin zijn goede rijden benadrukt werd.

De broers Hein en Frank van Bakel begonnen ook bij de NWB hun wielerloopbaan. Frank zou een schitterende carrière afwerken als veldrijder. Wat hem als amateur wel lukte zag hij als prof niet gebeuren. In 1984 werd hij in Oss immers amateur-kampioen van Nederland en enkele weken later veroverde hij er bij het WK ook nog een bronzen medaille. Fysiek behoorde Frank van Bakel tot de wereldtop, maar hij kon vaak op belangrijke momenten de druk niet aan: “Vooral als ik favoriet was blokkeerde in vaak door de spanning. Zoals in’85 bij de NK in Gieten. Ik kon dat kampioenschap gewoon niet verliezen, maar ik stond die dag stijf van de zenuwen. De titel ging daardoor aan mijn neus voorbij.” Als zijn hoogtepunten geeft hij aan de drie overwinningen die hij behaalde in de Super Prestige wedstrijden. Het parkoers in het Spaanse Zarautz was hem daarbij op het lijf geschreven.

De successen van de Deurnese veldrijders brachten ook organisatoren in stelling. De eerste Profcyclocross in Deurne werd in het Zandbos achter het Hippisch Centrum gehouden. De stichting Sportevenementen en Recreatie Deurne en het Zangkoor van de Walsberg tekenden voor de organisatie. De oorspronkelijk uit Venhorst afkomstige Toon van de Wetering reed als kersvers beroepsrenner hier ook voor eigen publiek. De voorbereidingen waren optimaal.  “Gori Koenraadt heeft voor ons een goede interval training op schema gezet zodat het niet blijft bij eenzijdig rondjes rijden in het Zandbos.” Toon van de Wetering werd vier keer tweede bij de nationale titelstrijd en Brabants kampioen. Later zou hij de wielersport trouw blijven als mecanicien van de Rabobank, Telekom en de nationale damesselectie tijdens wereldkampioenschappen en de Tour de France.

De betreurde Jo Martens was in de jaren tachtig nog een subtopper in het veldrijden. Tot zijn 23e voetbalde hij, maar veldrijden werd zijn passie. In 1986 volgde zijn verdiende selectie voor het WK in het Belgische Lembeek. Bij de veteranen was hij in 1994 nog Nederlands kampioen. Een half jaar later kreeg hij een hartinfarct, wat pas maanden later onderkend werd. “In de tussentijd pakte ik nog drie overwinningen.” Als ploegleider van het Pulsar-team kwam hij terecht in de mountainbikewereld. Jarenlang vergezelde hij bondscoach Leo van Zeeland en de nationale mountainbikeselectie naar internationale wedstrijden. Enkele jaren geleden diende zich een nieuwe ster aan het Deurnese veldritfirmament aan.

Jan Verhaegh zou op veertienjarige leeftijd nationaal kampioen veldrijden worden. Een jaar later herhaalde hij dit huzarenstukje voor eigen deur in het Zandbos in Deurne. Als tweedejaars junior kende hij pech en was hij niet helemaal tevreden over zijn veldritseizoen. Het crosstalent koos voor zijn maatschappelijke loopbaan en zou later deelnemen aan internationale triathlons.

Robbie van Bakel won die bij de jeugd regelmatig wedstrijden en komt ook  uit het roemrijke wielergeslacht van Bakel stamt. Als lid van het continentale wielerteam Metec heeft hij verschillende criteriumoverwinningen behaald.

Frank van Bakel

Nieuwe lichting

In de jaren negentig stond er een nieuwe lichting wegrenners te trappelen van ongeduld om de successen van de Deurnese veldrijders op de weg voort te zetten. Gino Koenraadt, Danny Weerts (winnaar van de Jeugd Olympische Dag), Koen Nooijen, Leon Gijsbers (oud-doelman van Helmond Sport), Ronald van Haandel en Marc van Grinsven fietsten regelmatig in de kopgroep mee voor de overwinning.

Marc van Grinsven zou de vaandeldrager van deze lichting worden. Nog steeds slaagt hij erin een goede mix te vinden tussen de koersen rond de kerk en de klassiekers. Hij kan zich als geen ander richten op bepaalde wedstrijden. Een profloopbaan leek hij niet te ambiëren.

Kees Jeurissen debuteerde als 21-jarige als prof wel bij de Batavus-Bankgiroloterijploeg na een late start als wielrenner. Op zijn zestiende woog hij nog 100 kilo. Hij wilde als piloot bij de luchtmacht maar moest dan wel zijn conditie verbeteren. Een jaar later reed hij als tweedejaars junior in Nuenen zijn eerste koers””Na twee rondjes was ik er al af.” De kapperszoon ontpopte zich tot een begenadigde klimmer. In zijn eerste jaar als beroepsrenner wilde hij vooral leren. ”Ik wil kijken waar ik bij de profs sta. Vooral bergop probeer ik me in de kijker te rijden.” Zijn voornaamste successen waren de zeges in het jongerenklassement van de Sachsen Tour en de ronde van Limburg. Op het einde van 2004 verdween hij geruisloos van het wielertoneel. Als partner van Olympiagangster Anouska van der Zee blijft hij de wielersport van dichtbij volgen.

Een optreden in een TV-jeugdprogramma waarin kinderen een wens konden doen vormde voor Stijn Westrik de start van een veelbelovende wielerloopbaan. Nadat hij als vijftienjarige met slechts drie maanden wielerervaring een criterium in Erp won hielden scouts van de Rabokeurtroepen hem in de gaten. Eerst kreeg de pupil van Cor Vriens (“mijn tweede vader”) een seizoen lang trainingsadvies. Stijn Westrik ‘Als ik op de fiets stap ben ik de gelukkigste mens van de wereld. Op langere termijn wil ik uitgroeien tot beroepswielrenner.” Hij werd nationaal kampioen bij de junioren in het Limburgse Vijlen. De huidige maatschappijleraar vertelde als belofte over zijn zwakke punten: “Ik heb de neiging om me zelf teveel druk op te leggen. Weet je, ik wil altijd winnen,. “ Ook voor Stijn Westrik kwam er een vervroegd einde aan zijn wielerloopbaan. Een overstap naar het mountainbiken bleek ook geen toekomstbeeld.

Met de eerder genoemde Robbie van Bakel en Jan Verhaegh, aangevuld met wegrenner Yorick van Horik (zoon van oud-renner Engelbert van Horik) , had Deurne een aantal talentvolle jeugdige renners die de fakkel zouden gaan overnemen.

Robbie van Bakel

De Nacht en de Omloop

Duizenden toeschouwers bevolkten in de tachtiger jaren het parkoers van de “Nacht van de Zeilberg”. Toppers als Zoetemelk, Raas, Fignon, Winnen en Duclos-Lasalle  kwamen graag aan de start van Brabants gezelligste criterium zoals de wedstrijd op de affiches werd aangekondigd. Wielersupporter pur sang Mientje van Dijk zag niet alleen haar dochter in tijgerprint de winnaars in de eerste editie huldigen maar kon ook veel wielervrienden in eigen omgeving ontvangen. Veel wielerliefhebbers bleven tot 1989 getuige van deze legendarische profronde. Maar ook de profronde van Nederland nam Deurne op in haar etappeschema. Ook hier kwam het Deurnese publiek in groten getale op af.

Enige jaren was het stil in wielersportminnend Deurne. In september 1995 ging echter de Septemberomloop Groot-Deurne van start. Deurne had weer een wielerwedstrijd. De voorzitter van het organiserende comité Matty Jeurissen was blij dat de wielerronde weer op de kalender was teruggekeerd. De laatste jaren werd van de oorspronkelijke datum in september afstand gedaan. “Omdat we in het kader van september Sportmaand op het einde van het wegseizoen steeds minder inschrijvingen kregen en er in Deurne in deze maand volop andere sportieve activiteiten plaats vinden, is de keuze van de datum niet moeilijk geweest.” vertelde de voorzitter in de regionale kranten. Op Eerste Pinksterdag zou de wedstrijd verregenen, terwijl ook het aantal inschrijvingen tegenviel. En of dat nog niet alles was kenden ook de plaatselijke renners volop pech. Lichtelijk ontgoocheld moest Kees Jeurissen na twee lekke banden de strijd staken. Mark van Grinsven kwam ten val juist toen een kopgroep zich formeerde. De zevende “Wielerronde van Deurne in de Peel” zou ook de laatste wielerronde in het dorp worden. De organisatie van het NK voor masters en cyclosportieven bleef een voorlopig hoogtepunt.

In het kader van het honderdjarig bestaan van het Deurnese kerkdorp Zeilberg in 2014 werd de Nacht van Zeilberg op initiatief van een aantal lokale ondernemers nieuw leven ingeblazen. Op 12 juni werd er na een kwart eeuw weer  gekoerst in de Zeilberg.  In de hoofdwedstrijd kwamen ex-profs aan de start met Michael Boogerd als winnaar van deze de tiende editie. In de voorwedstrijd voor vrouwen won de Britse Lucy Garner. In 2017 werd de Nacht van Zeilberg in de week na de Tour opnieuw verreden. Nu ging de overwinning naar de “Leeuw van Vlaanderen” Johan Museeuw, terwijl de lokale favoriet Robbie van Bakel bij de eliterenners zegevierde. Het ligt in de bedoeling om dit criterium om de drie jaar te organiseren.

Nacht van Zeilberg in 1981.

Internationaal veldrittopper Sanne van Paassen

‘Ik heb veel te veel gevraagd van mijn lichaam. Naast het fietsen deed ik ook nog een economische opleiding. Ik ging altijd volle bak in elke training. Ik wilde alles perfect doen. Ik heb ook lange tijd doorgereden met de pijn, want je denkt dat het er bij hoort als je topsport bedrijft.’ Zo beschreef Sanne van Paassen (1988) het einde van haar wielerloopbaan in het Weekblad voor Deurne. Een wielerloopbaan die in 2005 bij wielerclub Buitenlust begon nadat haar vader met haar er regelmatig op de mountainbike op uit trok in de bosrijke omgeving van hun woonplaats Vlierden. Ook nu nog na haar stoppen in 2016 zit ze nog regelmatig op de mountainbike met de fietsers van de lokale toerclub de “Knarsende Tanden”. Overigens herbergt de gemeente Deurne ook andere toerclubs met welluidende namen als De Platte Tube, ’t Verzetje en de Wekkers. De Vlierdense boerendochter was acht jaar lang als professioneel wielrenster actief. Vooral in het veldrijden was ze een internationale topper met overwinningen in de Wereldbeker en zilveren medailles tijdens het Europees Kampioenschap. Haar mooiste overwinning was de eindzege in het Wereldbekerklassement in de winter van 2010-2011. Ze heeft voor verschillende topploegen gereden zoals de Rabobank, Boels-Dolmans en Brainwash. Ook op de weg heeft Sanne de nodige successen geboekt waaronder een tweede plaats in Gent-Wevelgem in 2013. Als geen ander wist ze zich te presenteren tijdens de interviews voor TV na afloop van de cyclocrossen. Toen een slepende beenblessure het niet meer mogelijk maakte om op topniveau verder te gaan koos ze voor haar maatschappelijke loopbaan. Ze werd mental coach en is ook regelmatig te horen als co-commentator bij Eurosport.

Sanne van Paassen

 

(Bronnen: Helmonds Dagblad, Weekblad voor Deurne, Wielersport, Wieler Revue Nationaal, Deurne Wiki, Fabio Farelli Blogspot, website Wiel Kuntzelaers, Uitslagenarchief Frans Nederkoorn, Clubbladen RTC Buitenlust en TWC De Kempen)

Het wielernest Someren

In de serie “Wielernesten” in de regio Peelland is het dit keer Someren die de revue passeert. “Zummere”,zoals het in de streektaal genoemd wordt, is een uitgestrekte, geïndustrialiseerde plattelandsgemeente met ongeveer 18.450 inwoners. Someren bestaat uit vier kerkdorpen: Someren-Dorp, Someren-Eind, Someren-Heide en Lierop. Lierop komt verderop in deze serie nog aan bod. Someren staat van oudsher bekend als een echt wielerdorp waar in de loop der jaren veel georganiseerd  is op wielergebied. De meest in het oog springende wielrenner uit de Somerense wielerhistorie is ongetwijfeld de “Spet” Jan Spetgens geweest.

De beginperiode

In 1909 vond op de Postel in het clubhuis café Jan Rooijmans in Someren de oprichting plaats van een wielerclub. Het ging hier om “de Zwaluw.” Twee weken later werd bij Dina Meesterburrie op de Markt (het huidige Centraal) een andere wielerclub opgericht  onder de toepasselijke naam “De Moedige Trappers”. Deze vereniging had als doel evenementen in de omgeving per fiets te bezoeken.  In de krantenverslagen uit die tijd wordt speciaal genoemd de Eindhovense Landbouwtentoonstelling. Op zondag 17 juni 1910 organiseerden  “de Moedige Trappers” een wielerwedstrijd, waaraan 22 verenigingen deelnamen. Die reden in optocht door het dorp achter fanfare Somerens Lust. Naast het wielrennen voor amateurs en nieuwelingen waren er ook wedstrijden in aardappelrijden, rijden met hindernissen en vogelpik. Tot de prijswinnaars behoorden Leonardus van der Vleuten (Naris de Vleut) van de Zwaluw die, samen met clubgenoot Karel Rooijmans op veel wedstrijden in de omgeving zou uitblinken  als wielrenner. Naris de Vleut stond bekend om zijn vlammend eindschot terwijl Karel Rooijmans een echte temporijder was. Laatstgenoemde vormde in die tijd ook regelmatig een koppel met Janus de Cuyt. Een grote lauwerkrans werd als eerste prijs verdiend in een wedstrijd te Woensel. In 1912 werd de “Tour door Brabant” verreden,waarin Naris de Vleut als veertiende eindigde. Het clubhuis was het café van Jan Rooijmans op de Postel. De andere renners in die periode die in de kleuren van TWC de Zwaluw fietsten waren Vic de Bije (den Tije) en Arnoldus en Johan Rooijmans. Tot in 1914 is de club actief geweest maar de Eerste Wereldoorlog had haar invloed op het verenigingsleven in ons land en de verenigingsactiviteiten werden  stopgezet. In de twintiger en dertiger jaren gingen de wielerverenigingen zich meer toeleggen op wielerwedstrijden op eigen banen of in dorpen. Het gevolg was dat er nog maar enkele verenigingen bleven bestaan. Alle omliggende plaatsen hadden wielerclubs. Dus aan wedstrijden geen gebrek. Op d’n “Bult” (in de nabijheid van de huidige Tuinstraat) had men, op afgestoken hei, zelf een zandbaan aangelegd.

Narris de “Vleut

 

In d’End

Someren-Eind kon na het oprichten van de wielerclubs in Someren ook niet achterblijven. De wielerclub kwam daar in 1910 van de grond en heette: “Het Eind Vooruit”. Hun clubhuis was te vinden bij Driek Loomans op Sluis 12 in de “Nieuwe Parochie” (de vroegere naam van het kerkdorp). Deze wielerclub zou niet lang blijven bestaan. In de jaren dertig werden er onder de vlag van “Buitenlust” grasbaanwedstrijden georganiseerd op het terrein van voetbalclub “Sparta” aan de Nieuwendijk. Het zou eentonig worden als er in het Peelgebied, al was er dan weinig variatie in het werk, niet meer sterke coureurs zaten die voornamelijk op de zandbaan heer en meester waren. Daarom waren deze gras-baankoersen ook nog in zwang. Het winnende koppel bestond uit de latere voorzitter van Buitenlust Jan van Mierlo en de latere consul Jan de Kimpe. Zij ontvingen een prachtige lauwerkrans en een mooie beker. Na de Tweede Wereldoorlog werd er voor het eerst in 1951 weer een KNWU-wielerronde georganiseerd in ’t Eind. Ook het jaar erop. De wielerronde verdween midden jaren vijftig van de kalender. Toch bleven verschillende Eindse renners deelnemen aan de koersen rond de kerk in de regio: Wim Muijen, Frans van Gerwen, Huub van der Linden en vele jaren later ook Piet Coumans die het zelfs tot Brabants kampioen bij de zusterbond bracht. Door de overstap van Gerrit Vossen van de RKNWB naar de KNWU werd het “Zuiden” benaderd om in het kerkdorp een wielerronde te gaan organiseren. Gerrit Vossen kende zijn grootste successen op het einde van de vijftiger jaren en in het begin van de zestiger jaren. In 1955 startte hij als junior bij de Limburgse bond, stapte in 1958 over naar de KNWU maar keerde vier jaar later weer terug om in eigen dorp de overwinning te pakken. Hij stond bekend om zijn vlijmscherpe eindschot. Eén van zijn mooiste successen was het behalen van de clubtitel bij de Eindhovense wielervereniging “Het Zuiden”. Na zijn wielerloopbaan opende hij een wielerzaak in het kerkdorp.

Lange tijd was het stil rond het wielrennen in het kerkdorp. De broers Hans, Eddy en Gerard van de Voort gingen wielrennen. De middelste van de drie Ed heeft een wielerloopbaan van meer dan een kwart eeuw gekend. De latere jeugdcoördinator bij de Eindse voetbalclub stond ook mede aan de wieg van de terugkeer van de KNWU-wielerronde in het kerkdorp. Jarenlang zouden de “Wielervrienden SSE” meedraaien in de meerdaagse Peelland Toer. Toen deze meerdaagse ter ziele ging nam men contact op met wielerclub de “Zwaluw”. Jarenlang organiseerden zij het plaatselijke kampioenschap voor trimmers met deelname van ploegen met illustere namen als de “Strakke Ketting.” Veel Eindse renners zijn er de laatste jaren niet meer geweest. Perry Adriaans maakte deel uit van de nationale juniorenselectie veldrijden,terwijl ook zus Jolanda en broer Ronald actief waren bij de jeugd. Hans Slegers was actief in de huidige amateurcategorie. Mark Knoops was een talentvol junior die de wielerronde van Steensel won.

De Eindse renner Gerrit Vossen (rechts)

De heropleving

Na de Tweede Wereldoorlog leefde de wielersport in Someren-Dorp weer op. Toen er in 1949 voor het eerst in Someren-Heide een KNWU-wielerronde werd georganiseerd in de herfstmaanden was Toon Rooijmans erbij. De zoon van oud-renner Karel Rooijmans stond bekend om zijn tomeloze aanvalslust. Hij zou in de periode van 1949 tot 1952 bij de KNWU-amateurs fietsen en was toen lid van “Trap met Lust” en de ter ziele gegane Wielervereniging “Astein.” In de eerste naoorlogse KNWU-wielerronde in het kader van “Someren 650 jaar stadsrechten” was Toon Rooijmans in de achtervolging gegaan. Tijdens deze jacht reed hij lek: ondanks een moedige achtervolging kon hij het peloton niet meer bereiken.Met een elfde plaats tijdens het Brabantse Kampioenschap verdiende Toon Rooijmans een selectie voor het NK 1952 op het autocircuit van Zandvoort. Ook op de wielerbaan van Budel was de latere schoenmaker actief met koppelgenoot Sjeng Konings. Toen hij in militaire dienst moest kwam er noodgedwongen een voortijdig einde aan de wielercarrière. Later zou hij als veteraan wedstrijden rijden bij de NWB.

Een groot talent in het begin van de vijftiger jaren was ook Harry Hendriks van de buurtschap Slieven. Hij werd liefkozend “Coppi” genoemd naar de grootheid uit die jaren. Hij behaalde als nieuweling diverse overwinningen. Maar hij kende ook brute pech. In de Helmondse Courant van april 1952 wordt hiervan verslag gedaan. “De nieuwelingen startten in een hoog tempo. Alleen Hendriks uit Someren geraakte al direct een halve ronde achter omdat hij zijn fiets kwijt was werd ons gezegd. Zo verdween de Somerense favoriet van het toneel.” In de zomer van 1952 won de “Somerense Coppi”in Someren-Eind zijn laatste wedstrijd omdat hij enkele dagen later naar Australië zou emigreren.“Ondanks dat Henriks tweemaal pech had wist hij toch weer bij de kopmannen te komen.” Op het einde van de jaren vijftig was ook Teng Verwijlen een talentvolle renner. In de Kersenronde zou hij lange tijd met Piet Damen voorop rijden.

Toon Rooijmans

“Heya de Spet”

Op zijn dertiende begon Jan Spetgens, door zijn vele supporters de Spet genoemd, met wielrennen. Toen nog bij de NWB waar hij in 1964 Brabants kampioen werd. Na zijn overstap naar de KNWU een jaar later zou hij zijn grootste successen kennen in het begin van de jaren zeventig. Als nieuweling won hij in Lieshout al de provinciale titel. Na de “Tour de l’Avenir” in 1969 kreeg Spetgens al aanbiedingen van de toenmalige profteams Mars-Flandria en Willem 11-Gazelle. “Ik ben niet zo eerzuchtig. Mijn mentaliteit is daarom geloof ik te zwak voor de beroepswereld.” vertelde hij de journalisten toen. In die Toekomstronde deed hij niet onder voor Joop Zoetemelk, zijn toenmalige ploeggenoot in de nationale selectie. In datzelfde jaar won hij vroeg in het seizoen al de Omloop van de Baronie. Maar zijn naam prijkt ook op de erelijst van de Omloop der Kempen. In 1971 behaalde hij de nationale titel bij de Jan Spetgens op het podium als Nederlands Kampioen 1971 amateurs. Een categorie die nu te vergelijken is met de elite zonder contract. In dat jaar werd hij ook geselecteerd voor de WK in het Zwitserse Mendrisio. Lovende woorden stonden er in de Helmondse Courant na de triomftocht in Valkenburg: “De achtduizend natgeregende toeschouwers hielden hun adem in op de Cauberg. Wie zou de nieuwe amateur-kampioen worden van Nederland? Als eerste over de top en over de streep vertoonde zich de rood-witte clubtrui en toen wisten de kijkers het wel. Jan Spetgens was de nieuwe kampioen. Niemand ontzegde de aanspraken van de blonde Somerenaar op het eretricot. Want wat hij in de 181 kilometer lange race naar het kampioenschap had gepresteerd grensde aan het ongelooflijke. Bij thuiskomst in Someren wachtte hem, fanfare Somerens Lust, die de kersverse kampioen naar het gemeentehuis leidde waar burgemeester Roels bijna even enthousiast was als de met spandoeken en petjes gewapende supporters. Die driftig hun kelen smeerden met vele vaten bier. Uren zingen en schreeuwen: “Heya de Spet”maakt zelfs een geheelonthouder tot een bijzonder dorstig mens. Deze titelstrijd was een van de zwaarste die de wieleramateurs ooit te verwerken hebben gehad. “Eigenlijk is dit allemaal niks voor mij”vertelde Jan Spetgens in het feestgewoel, maar het is toch wel lollig om het mee te maken. Zoiets beleef je nooit meer.” Wielersportjournalist Martin van de Kimmenade maakte in die periode ook deel uit van het bestuur van Buitenlust en beschreef de euforie in het clubblad: “Wij waren trots, daarboven op de Cauberg. Het seizoen 1970 was één van de slechtste uit de carrière van Jan. Het is daarom een des te grotere prestatie, een kwestie van instelling en karakter dat Jan dit jaar zo knap terug kwam. Spetgens bezorgde Buitenlust een enorm fijn hoogtepunt in zijn geschiedenis, een kampioenschap waarover nog vele jaren gepraat zal worden.” Een jaar later passeerde de blonde renner opnieuw als eerste de streep. Maar in de zware Caubergrace sleepte de Limburger Ben Koken de Nederlandse amateur-titel in de wacht. Jan Spetgens zou volgens de jury van zijn lijn zijn afgeweken. Wellicht door de inspanning. In elk geval moest Koken uitwijken, en op dat fatale moment dook een motorrijder op de hoogte van het fietsende duo op. In de Volkskrant vertelde hij opnieuw dat hij liever amateur bleef: “Ik heb nooit, ook niet op jonge leeftijd, de ambitie gehad om persé beroepsrenner proberen te worden. Het wielrennen is altijd mijn hobby geweest en dat is het nu nog.” Uiteindelijk zou hij in 1975 toch een profcontract tekenen bij Canada Dry-Gazelle. Halverwege het seizoen verdween hij plotseling van het wedstrijdtoneel. Na dit kortstondige profavontuur in de wielrenstal van Ton Vissers dook Jan Spetgens een jaar later weer op in de wielerarena. Nu als toprenner bij de NWB waar hij In eendrachtige samenwerking met zijn broer Sjaak de “Omloop der Peel” op zijn naam wist te schrijven. Sjaak Spetgens werd derde.

Diezelfde broer had er mede voor gezorgd dat hij in 1971 nationaal kampioen werd. Zijn jongere broer Sjaak werd namelijk derde bij het wereldkampioenschap cyclo-cross. “Wat hij kan moet ik toch zeker kunnen, dacht ik. Per slot zeggen ze dat ik meer talent heb dan hij. Hij heeft echter meer wilskracht, meer doorzettingsvermogen. Ik train bijvoorbeeld genoeg maar ga niet tot het uiterste,” vond Jan. Sjaak Spetgens begon in 1967 als veldrijder bij de NWB waar hij diverse titels naar zich toe haalde. Op nationaal niveau behaalde hij als lid van de “Kersenlanders” in 1971 het podium van het nationale kampioenschap cyclo-cross. De meest opvallende prestatie leverde hij zoals gememoreerd tijdens het wereldkampioenschap veldrijden in 1971 in Apeldoorn. Hij won daar verrassend de bronzen medaille. In de Helmondse Courant werd zijn triomftocht beschreven: “De kleine vechter Sjaak Spetgens zorgde voor een spectaculaire prestatie door in de laatste drie ronden uit een bijna kansloze zevende positie Op te rukken naar een plaats op het erepodium. Sjaak Spetgens? Vroeg iedereen zich af toen honderd meter na de start de blonde kop van de kleine coureur uit Someren het sterke rennersveld aanvoerde. Omdat Vermeire en Ubing toch onbereikbaar voor Spetgens waren, reed onze landgenoot in de laatste meters vol zelfvertrouwen naar een eervolle bronzen medaille.” Sjaak zou, later ook nog met broer Jan, aan vele nationale veldritten deelnemen. De tegenwoordig in Limburg wonende tegelzetter bouwde zijn wielerloopbaan af bij de bond waar hij begonnen was. In 1978 werd hij nog crosskampioen bij de Limburgse bond waar hij begonnen was. De derde telg uit de Spetgens-dynastie was Frans die in 1967 in de Omloop der Peel als eindwinnaar werd gehuldigd.

Jan Spetgens nationaal kampioen.

De opvolgers van de “Spet.”

Als je vader soigneur is van een nationaal kampioen (Jan Spetgens) en je moeder een broer heeft die gewielrend heeft (Gerrit Vossen) dan is het ook niet vreemd dat de broers Riny en Michel van Dijk ook op de racefiets stappen. De oudste van het broederpaar Riny behoorde tot de eerste jeugdlichting van Buitenlust. De beste herinnering van Riny van Dijk was zijn eerste wedstrijd in 1968 in eigen woonplaats. De eerste wedstrijd ook die hij won. In het clubblad van Buitenlust meldde hij ook zijn slechtste herinnering: De valpartij in het NK cyclocross in Valkenswaard in 1974 waar hij zijn schouderblad in de eerste ronde blesseerde en zijn kansen op een nationale titel in rook zag opgaan. In de jongerencategorieën combineerde hij het rijden op de weg met het veldrijden. In eigen land was Riny van Dijk in die periode bij de wielerliefhebbers meer bekend als veldrijder. Als adspirant stond hij op het erepodium tijdens het Nederlands kampioenschap cyclocross op de Beekse Bergen en werd hij districtskampioen. Evenals broer Michel reed hij als amateur vooral in op Limburg georiënteerde ploegen. Hij behaalde als amateur verschillende overwinningen op de weg in binnen-en buitenland en stond ook op het erepodium na afloop van de “Hel van het Mergelland”. Als actief wielrenner maakte hij in het begin van de jaren tachtig deel uit van het bestuur van Buitenlust. Ook echtgenote Miriam maakte deel uit van het bestuur. Riny fietst nog steeds en nam de voorzittershamer over bij toerclub “Buitenlust ‘68”. Na de samenvoeging met de gelijknamige wielerclub bekleedt hij opnieuw een bestuursfunctie.

Zijn jongere broer Michel staat te boek als de laatste provinciale kampioen van Noord-Brabant bij de amateurs. De toen 22-jarige Michel bleef in Vlijmen alle 112 concurrenten bij verrassing voor. Jules Spijkers van het Helmonds Dagblad tekende het volgende na afloop op:”Voor de start hoopt iedereen er het beste van. Ik hier ook. Maar rekenen op een zege durfde ik niet.” Michel van Dijk palmde hier zijn tweede Brabantse titel binnen. In 1973 werd hij namelijk ook al nieuwelingenkampioen. Hij keek in Vlijmen hoopvol uit naar zaterdag 20 juni, de dag waarop hij 23 jaar oud zou worden en er gestreden werd om de nationale amateurtitel. “Het zou wel mooi zijn, dan winnen”mijmerde hij toen hardop. Deze droom werd geen werkelijkheid. Na zijn debuut als veertienjarige jeugdrenner vergaarde de jongste van de twee broers meer roem als veldrijder dan als wegrenner. Als junior nam hij ook deel aan het EK in Polen. Michel kon uitstekend uit de voeten op heuvelachtig terrein. De erkenning van zijn kwaliteiten op de fiets zijn er niet altijd geweest hoewel er sprake was van een profcontract. Na het vroegtijdig stoppen in 1982 was Michel van Dijk enkele jaren betrokken bij de organisatie van de KNWU-wielerrronde in Someren waarna hij geruisloos van het wielertoneel verdween.

Ook Patrick van Seggelen leek de gedoodverfde opvolger van Jan Spetgens te gaan worden. Met Lieropse roots (vader Henk was een oud-coureur uit Lierop) had hij ook een hechte groep supporters die zijn aanvallende manier van rijden waardeerden. In 1987 sprintte de huidige inwoner van Helmond in Steenwijk naar de nationale titel bij de nieuwelingen. Tientallen supporters kwamen enthousiast huiswaarts. “Buitenlust” was trots op haar twee nationale kampioenen. Want ook Leontien van Moorsel won het rood-wit-blauw in haar categorie. Een jaar eerder was Patrick uitgebreid op de landelijke beeldbuis te zien geweest tijdens de eindsprint op de Jeugd Olympische Dag in Eindhoven. In het wielerlijfblad Wieler Revue kreeg hij als junior volop gelegenheid zijn wielerplannen te ontvouwen: “Van 1989 een goed wielerjaar maken en toch proberen alsnog een selectie in de ploeg van Egon van Kessel af te dwingen. Dat is mijn grote wens. Daarna wil ik een goede amateur worden, het liefst in een sponsorploeg. Maar dat ligt nog een jaartje verwijderd. Eerst maar eens zien of ik mij kan waarmaken.” In zijn eerste amateurjaar maakte hij het direct waar: hij werd meteen al districtskampioen in Valkenswaard. Patrick van Seggelen zou bij de amateurs tientallen overwinningen boeken in een beperkt aantal fietsjaren. Vooral in de meerdaagse “Peelland Toer” waarin hij verschillende keren won toonde hij zich heer en meester. In Tilburg boekte hij in 1991 zijn eerste zege van het wegseizoen. In de Pepper Race (voor eigen volk) had hij zich letterlijk in de vernieling gereden door zwaar verkouden tot het uiterste van zijn krachten te gaan. “Met die verkoudheid heb ik te lang doorgesukkeld. “gaf hij toe. “Maar op een gegeven moment ben ik gaan rusten en dat heeft me goed gedaan. Vandaag heb ik diverse malen geprobeerd weg te komen. Dat had anders nooit gekund” schreef Rinus van der Heijden in het Brabants Nieuwsblad. Te vroeg voor zijn trouwe supporters zou Patrick kiezen voor zijn maatschappelijke loopbaan en de groene mat. Hij bleek overigens niet verloren voor de wielersport maar was korte tijd secretaris van de plaatselijke supportersclub in Lierop en de stichting “Wielerpromotie Peelland.” Ook zijn broer Dave is met wisselend succes actief geweest als wielrenner. Als junior won hij de druk bezochte wielerronde in Sevenum.

Eén van de andere Somerense wielertalenten was Marco Steijvers die in 1980 op achtjarige leeftijd met wielrennen begon. Vijf jaar later stond zijn teller al op honderd overwinningen. Zowel in wedstrijden bij de KNWU als bij de NWB. De lichamelijke al vroeg volgroeide Marco was vooral bekend om zijn supersnelle sprint. In 1985 bracht het overschrijden van de kaap van honderd zeges ook regionale penneridders over de vloer bij Marco en zijn oudere broer Julian, die ook tot de regelmatige prijsrijders behoorde: “Het siert de gebroeders Steijvers dat zij de kosten van hun hobby voor het grootste gedeelte van hun eigen spaargeld betalen. Met zo’n mentaliteit en daarnaast een goede begeleiding behoort met name voor Marco een mogelijk succesvolle wielerbaan zeker tot de mogelijkheden. “ Die wielerloopbaan heeft niet lang geduurd ondanks klassieke overwinningen bij de nieuwelingen en junioren. Jaren later keerde Marco, als lid van de Astense Wielervrienden” kortstondig terug in het wielerpeloton.

René Manders begon zijn wielerloopbaan als recreant. Als amateur-wielrenner zou hij elk jaar weer progressie maken. En ook elk jaar enkele overwinningen behalen. De mooiste was ongetwijfeld de overwinning in 1991 in de “Omloop van het Zuiden”. ”Manders zag er na de wedstrijd opmerkelijk frisser uit dan van der Zwaan. Geen tekenen van vermoeidheid, slechts een stralende lach, Ik moest in de laatste kilometer wel demarreren’legde hij zijn winnende solo uit. “Als we hier met drieën waren aangekomen was ik derde geworden. Ik ben nu eenmaal geen sprinter. De Somerenaar boekte in Oostelbeers zijn vierde seizoenzege. Met de hele club gaat het goed betrok Manders de andere amateurs van Buitenlust in zijn succes. We hebben alles bij elkaar zo’n 25 wedstrijden gewonnen. Buitenlust heeft een paar moeilijke seizoenen achter de rug, maar nu loopt het allemaal weer perfect. We hebben wat voor elkaar over.” Het relaas van René Manders in het Eindhovens Dagblad. Tegenwoordig is hij voorzitter van TSC Solo in zijn huidige woonplaats Lierop. Nog steeds zit hij regelmatig op de racefiets. Ook was hij één van de animators van het “Rabowielerspektakel” voor de plaatselijke schooljeugd in Someren.

Ook op latere leeftijd, hij was toen 28 jaar, begon Gerard Rémery met toerfietsen. Via de NWB waarbij hij in 1991 in Meijel won stapte de tegenwoordig in Amerika wonende (en fietsende) Rémery over naar het tandemrijden. Met de visueel gehandicapte Astenaar Henny van Baars won hij de zilveren medaille tijdens het EK in 1993 en een jaar later tijdens het Wereldkampioenschap op deze discipline. Andere talenten waren Johnny van de Laar en Pedro Vreeswijk die de Brabantse NWB-titel voor zich opeiste.

Patrick van Seggelen nationaal kampioen.

Eén Zwaluw maakt nog geen Someren

Wijlen Piet Rooijmans  was bijna zeventig jaar actief in de wielersport. Als jurylid, als organisator maar ook als één van de pijlers onder TWC de Zwaluw. In vergeelde programmaboekjes uit 1951 vinden we zijn naam al terug als starter/tijdwaarnemer bij de KNWU. Piet Rooijmans maakte zich sterk om in het begin van de jaren vijftig TWC de Zwaluw een officiële status te geven. Zijn vader was in het begin van de vorige eeuw nog actief bij deze club en broer Toon was een gevierd renner. De club werd heropgericht op 24 januari 1953 en begon met het organiseren van diverse wedstrijden en toertochten. Het begon allemaal met rondjes rond de kerktoren. Enkele evenementen groeiden uit tot klassiekers. Dat gebeurde steeds onder de vlag van de toenmalige RKNWB. In 1957 werd de vereniging zelfs clubkampioen bij de “Limburgse “bond. Het grootste evenement van de Zwaluw was jarenlang de “Omloop der Peel”, een klassieker over meerdere etappes. In het verleden begonnen als een eendaagse van stad tot stad wedstrijd, die later uitgroeide tot een etappe koers met vijf etappes in drie dagen. In het begin van de tachtiger jaren was er een conflict met de wielerbond en zocht Piet Rooijmans contact met “Buitenlust” om de meerdaagse samen met deze vereniging te organiseren. Uiteindelijk zou dat niet plaatsvinden toen de BWF (Brabantse Wieler Federatie) in het zicht kwam. Piet Rooijmans stond ook aan de wieg van NWB-klassiekers als de Tweelandenkoers, de Omloop van de Heidehof, de Sint Jozefklassieker , Someren-Peer-Someren,de Ronde van Brabant en de Omloop van Helenaveen. Ook de Wielervereniging Amateur Sport Nederland komt uit zijn koker. Kortom, een wielerorganisator in hart en nieren die ook voorgedragen werd voor de titel “Brabander van het Jaar” bij Omroep Brabant. Zijn  opvolger Leo Verberne heeft eveneens bewezen uit het goede wielerhout gesneden te zijn. Hij is momenteel ook secretaris binnen het bestuur van de NWB en is hecht betrokken als pleitbezorger van de breedtesport binnen de Wieler Federatie Nederland. Door het wegvallen van de politiebegeleiding zijn een aantal wedstrijden onder de vlag van de “Zwaluw” noodgedwongen van de wielerkalender verdwenen of aangepast naar kleinere omlopen. Daardoor werd de “Omloop der Peel” de “Omloop van de Peelrijt.”Overigens herbergt Someren ook een aantal wielerliefhebbers die in andere plaatsen op organisatorisch gebied actief waren: Tiny Raaijmakers was voorzitter van de Kempen, Huub van de Voort was de grote man achter de Stiphoutse Profronde en Johan Willems leidde het Bergeijkse wielercomité.

Een KNWU-wielerronde op de wedstrijdkalender is verleden tijd. Bekende wielernamen naar Someren halen en een breed publiek trekken leek echt een utopie. Ook de pogingen van de stichting wielercomité Someren in het kader van de Peelland Toer zijn destijds gestrand. Toch werden er na de samenvoeging van het wielercomité en de wielersupportersclub in Lierop tot Toer en Supportersclub SoLo nieuwe initiatieven ontplooid. De start van de laatste etappe van de meerdaagse Ster ZLM Tour in het centrum van Someren in 2016 bracht duizenden wielerliefhebbers op de been. Met toppers als Dylan Groenewegen, Marcel Kittel, Tom Boonen, André Greipel en Filipo Pozzato die op het Wilhelminaplein werden voorgesteld. Ook de jaarlijkse “ATB-Toertocht Memorial Jo Boerekamp” die traditioneel op Oudjaarsdag gehouden wordt is elk jaar een groot succes.

 

 

Twee Somerense wielerpromotors: Piet Rooijmans en Leo Verberne.

Vruchtbare wielergrond voor veldrijders. 

In het begin van deze eeuw was het aantal Somerense renners op de vingers van één hand te tellen. De meest succesvolle in deze periode was de boomlange Savié van Horik, een telg uit de Lieropse wielerfamilie. Hij begon op tienjarige leeftijd als lid van de Helmondse wielerclub Buitenlust met wielrennen. Savié combineerde het wielrennen op de weg met het veldrijden. In deze laatste discipline werd hij als junior in 2005 (gesteund door een volle bus supporters) geselecteerd voor deelname aan het WK cyclocross in het Duitse Sankt-Wendel. Zijn specialiteit op de weg was het tijdrijden waarin hij voor eigen publiek in Lierop als junior de tijdrit in de jubileumuitgave van de Meeùs Race (eenmalig een meerdaagse) wist te winnen. Als belofte tekende de Somerenaar een semi-profcontract bij de Fondas-wielerploeg (de voorloper van de latere Vacansoleil-profploeg). Een rugblessure maakte een voortijdig einde aan zijn wielerloopbaan.

De successen van Sjaak Spetgens in de zeventiger jaren hebben wellicht ook een invloed gehad op de jonge talentvolle Somerense veldrijders in de afgelopen periode. Ook de broers Luca en  Noah Vreeswijk reden hun wegwedstrijden in voorbereiding op het veldritseizoen. Hun opa’s wijlen Riny Berkers en Gerrit van Waaijenburg hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan hun successen. Luca werd als nieuweling 2015 tweede bij het NK veldrijden in het modderige Veldhoven en veroverde twee jaar later als junior de bronzen medaille in het veldritnest Sint-Michielsgestel. In de kleuren van het ZZPR.NL-team van Frank Groenendaal behaalde hij zo’n vijftien overwinningen. Na een blessure stopte hij als belofte met de wedstrijdsport.

Zijn jongere broer Noah was een verwoed tennisser voordat hij bij de NWB zijn eerste stappen op het veldritpad zette. Met drie overwinningen in de cyclocrossen op zijn erelijst leverde hij in 2018 een prima prestatie door in de Wereldbekercross in het Zwitserse Bern net buiten het podium te finishen. Het hoogtepunt was vorig jaar zijn selectie voor het WK cyclocross voor junioren in het Deense Bogense.

De oorspronkelijk uit Someren-Heide afkomstige Danny van Lierop maakte een flinke progressie in zijn eerste volledige veldritseizoen als junior. Hij werd door de bondscoach Gerben de Knegt opgesteld voor de Wereldbekercrossen en was daar vaak de beste landgenoot, Na een derde plaats tijdens het NK in Rucphen volgde ook een selectie voor het WK in het Zwitserse Dubendorf. Na de gebroeders Vreeswijk komt ook Danny uit voor de ZZPR.NL-veldritploeg.

Verschillende andere Somerense jongens en meisjes hebben in deze eeuw in het Buitenlust-shirt  deelgenomen aan jeugdwedstrijden waaronder Jaimy en Sander Thaens en Daphne en Brian Saas (winnaar in Someren). Momenteel wordt de plaatselijke wieler-eer hoog gehouden door Lotte, Sara en Koen Sonnemans. Hun opa Leo Sonnemans was een vurig supporter van de “Spet” Jan Spetgens. En daarmee is de wielercirkel weer rond.

(Bronnen: Helmondse Courant, Helmonds Dagblad, Peelbelang, Heemkundekring De Vonder, Hertog Jan en de Zummerse mens, Somerens Contact, Wielersport, Wieler Revue Nationaal, website Wiel Kuntzelaers, Uitslagenarchief Frans Nederkoorn, clubblad RTC Buitenlust)

 

Het Wielernest Ommel

In de reeks “Wielernesten” in de regio Peelland is het vandaag de beurt aan het Bedevaartsoord Ommel. Het kerkdorp van de gemeente Asten telt rond de duizend inwoners maar wordt in de Meimaand overstroomd door een groot aantal bedevaartgangers. Het is niet vreemd dat het merendeel van de Ommelse wielrenners uit het verleden een agrarische achtergrond heeft. Ze waren gewend thuis op het agrarisch bedrijf te werken en werden daardoor gehard om in de koersen te kunnen “afzien.”

De gebroeders Timmermans vaandeldragers van het wielrennen in Ommel

Als je als één van de twaalf kinderen in een boerengezin opgroeit, ligt het niet voor de hand dat je gaat wielrennen. Toen Gerard Timmermans na zijn middelbare schooljaren werkte bij de firma Bezemer aan de Helmondse Kanaaldijk leerde hij de toenmalige NWB-topamateur Leo van Bommel uit Milheeze kennen. Die leende zijn racefiets uit aan Gerard die toen ook wilde gaan wielrennen. “Wielrennen dat is niks. Dat doet alleen ’t minder goei volk” was de reactie van zijn vader. Het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet gaan kan. In 1960 reed hij dan ook zijn eerste wedstrijden als nieuweling bij de Limburgse bond de NWB. Omdat Gerard al achttien was mocht hij maximaal één jaar in deze categorie fietsen. Op het gedeeltelijk onverharde parkoers in Liessel won hij in zijn debuutjaar zijn eerste koers. “Ik zag er na de wedstrijd goed smerig uit van het zand in combinatie met het zweet,”weet hij zich in het clubblad van TWC Asten nog te herinneren. Samen met zijn fietsende broers ging hij op de fiets naar de wedstrijden. Later werd er gezamenlijk in een volle bus naar de koersen in Limburg en Oost-Brabant afgereisd. “De fietsen achterin of in de middengang stevig vastgehouden om beschadigingen te voorkomen.” Naast het behalen van diverse clubtitels bij Wieler Club Asten won de Ommelse coureur in zijn ruim tien jaar durende wielerloopbaan bij de NWB in 1962 op de baan van Baarlo, in 1965 de jaarlijkse Kermiskoers in Lierop en in Roggel. De meeste overwinningen behaalde hij in 1966 toen hij in Roermond en Deurne zegevierde en voor eigen publiek in Asten. Nadat hij drie jaar later nog een jaar in de clubkleuren van WC Weert reed stapte hij in 1970 over naar de KNWU. Gerard werd lid van de regionale wielerclub Buitenlust. “In mijn laatste jaar als wielrenner wilde ik ook het echte werk nog eens meemaken. Het was een mooie afsluiting om met toppers als Joop Zoetemelk, Fedor den Hertog en Jan Spetgens te kunnen fietsen,” kijkt hij met voldoening op deze periode terug. Na zijn actieve wielerjaren was de gepensioneerde fijnmechanisch medewerker op de TUE (Technische Universiteit Eindhoven) in 1973 ook betrokken bij de oprichting van TWC Asten. Nog steeds neemt hij regelmatig aan de toertochten van deze toerclub deel.

Ook zijn broers Antoon en Theo stapten op de racefiets. Het grootste succes van Theo (de jongste van de drie broers) was zijn overwinning bij de junioren van de NWB in 1964 in Deurne. Antoon heeft een betrekkelijk korte wielercarrière gekend van welgeteld drie jaar. Met als amateur in 1965 de overwinning in het Limburgse Koningslust en de voorloper van de huidige Kermisronde van Luyksgestel de “Stormloop” als voornaamste wapenfeiten. In zijn laatste jaar als actief wielrenner werd hij ook gehuldigd na zijn zeges in Deurne en Ospel.

Gerard Timmermans in actie in de KNWU-wielerronde van Overloon in 1970.

Pascal en Suzan van Bussel presteren op nationaal niveau

Pascal van Bussel (12 februari 1977) begon zijn wielercarrière op de gewone fiets in de “Toer dur Lierup”. Zijn oom en tante woonden tegenover de finish, waardoor hij bij hoge uitzondering als niet-inwoner van Lierop toch aan de schooljeugdvierdaagse mocht deelnemen. “Ik kan me nog herinneren dat je dan na elke etappe een ijsje kreeg.” Op negenjarige leeftijd won hij in 1986 voor het eerst het eindklassement. Er zouden in de twee daaropvolgende jaren nog twee eindzeges volgen. In 1989 vroeg de MAVO-scholier voor het eerst een KNWU-licentie aan in het shirt van Wielervrienden Asten. Een jaar later zou hij naar de jeugdafdeling van wielerclub Buitenlust overstappen. Vooral in het veldrijden was de Ommelse coureur een uitblinker door in zijn eerste winterseizoen al direct tien van de veertien veldritten te winnen. Het hoogtepunt was het behalen van de nationale veldrittitel bij de jeugd in Apeldoorn. “Het was mijn mooiste ervaring. Toen we thuis kwamen was het hele huis versierd, zelfs de wegfietsen hadden nog ballonnen gekregen” schreef hij toen in het “Verzetje”het clubblad van zijn vereniging. De overstap naar de nieuwelingen verliep probleemloos. Eén van zijn mooiste overwinningen was de zege in de Super Prestige-cyclocross de Druivencross in het Vlaamse Overijse. Na het veroveren van de bronzen medaille tijdens het NK veldrijden als eerstejaars nieuweling was het een jaar later wèl raak. Op het selectieve parkoers op de Beekse Bergen in Hilvarenbeek reed hij met overmacht naar de nationale titel. “Ik vind het crossen leuker dan het koersen op de weg,” liet hij Wim Amels van Omroep Brabant in 1993 na het spelen van het Wilhelmus weten. Tot dat moment had hij al 25 wegwedstrijden en 45 veldritten gewonnen en kon met recht een overwinningenkaper genoemd worden.

Pascal maakte als veldrittalent ook jarenlang deel uit van de nationale selectie. Als tweedejaars junior ging hij in 1994 van start in het WK in het Belgische Koksijde, in 1998 werd hij als belofte geselecteerd voor het WK in het Deense Middelfart en in 1999 reed hij tijdens het WK in het ijskoude Tsjechische Poprad naar een verdienstelijke tiende plaats en werd daarmee ook de eerste landgenoot in de daguitslag. In de zomermaanden was Pascal vooral actief in het mountainbiken. Ondermeer in het bekende team van AA Drink.  Zijn beste resultaat in deze discipline vindt hijzelf zijn vijfde plaats tijdens het NK voor beloften in 1999. Als wegrenner kwam hij uit voor de gerenommeerde wielerploeg van Foreldorado. Na twee jaar niet gecrosst te hebben keerde hij in 2002 succesvol terug in de veldritten. Een vernauwing aan de liesslagader was de oorzaak van de afwezigheid.”Als ze me niet hadden geopereerd had ik moeten stoppen met fietsen” liet hij toen de huidige PR-man van Team Jumbo-Visma Ard Bierens in de Nederlandse editie van het Belgische wielerblad Cyclo-Sprint weten. Uiteindelijk zou Pascal niet op zijn vertrouwde niveau terug komen en besloot een jaar later op betrekkelijk jonge leeftijd te stoppen met de actieve wedstrijdsport. Ook zijn twee jaar oudere zus Susan stapte in 1990 als jeugdrenster op de racefiets in het Buitenlustshirt. Overwinningen waren er niet weggelegd voor Suzan. “Bij de jeugd moest ik altijd tegen jongens rijden die één jaar jonger waren” vertelde ze in 1993 na afloop van de succesvol verlopen titelstrijd bij de vrouwen op de Beekse Bergen in Hilvarenbeek. Ze behaalde daar de bronzen medaille achter nationaal kampioene Nicole Leijten. Twee jaar eerder had de toenmalige gymnasium-leerling al een negende plaats behaald. Suzan, uit een agrarisch gezin, was niet bang aangelegd als het gaat om steile afdalingen. “Sommigen durfden niet naar beneden. Als je niet durft moet je niet meefietsen was haar mening.” Suzan zou ook in wegwedstrijden uitkomen. In 1995 was de tweede plaats in het Duitse Straelen haar voornaamste prestatie als wielrenster. Ze heeft uiteindelijk gekozen voor een maatschappelijk loopbaan en voor een wielerhuwelijk. Suzan is namelijk getrouwd met ex-prof Jurgen de Jong.

Suzan en Pascal van Bussel na hun succesvolle NK veldrijden in 1993.

Fietsen die als “Haazen” lopen.

Een reclameslogan van de roemrijke speaker uit het verleden Cor Wijdenes die daarmee reclame maakte voor de fietsenzaak van Teddy de Haas in Helmond. De eerste telg uit de Ommelse wielerfamilie Haazen was Louis. Eind jaren vijftig begon hij als lid van wielerclub Asten zijn wielerloopbaan bij de Limburgse bond. Als KNWU-licentiehouder kwam hij in de jaren zestig uit voor de legendarische Limburgse wielervereniging TWC Maastricht. Nog steeds zit Louis op de fiets. Hij begeleidt de fietstochten van de plaatselijke ouderen. De “Beul uit de Berken” kreeg op 80-jarige leeftijd nog een nieuwe racefiets cadeau van zijn gezin. Ook zoon John werd met het wielervirus besmet. Ook hij kwam uit in de wedstrijden van de NWB voordat hij als nieuweling naar TWC de Kempen overstapte.

In de jaren 1985 en 1986 had hij voor zijn overstap aan de Parade in Venlo en in Neerittter een koers bij de Limburgse bond gewonnen. Veel successen boekte John in de wintermaanden. Zo werd hij ondermeer derde in de Buitenlust Veldritcompetitie. Ook in de mastercategorie is hij nog enkele jaren actief geweest. Zijn zoon Dennis werd in 2008 lid van Buitenlust en begon als jeugdrenner met wielrennen. De laatste jaren van zijn actieve wielerjaren kwam hij uit voor wielervereniging TML Dommelstreek. Als tweedejaars junior sloot hij in 2014 zijn wielerloopbaan af en liet zijn studie prevaleren op een verdere voorzetting van zijn wielercarrière. Die sloot hij af met een wereldreis op de fiets!

Nog steeds zit Louis Haazen op de fiets als begeleider van fietstochten met leeftijdgenoten.

De koersen rondom Oostappen

De wegen rond het strandbad Oostappen zijn regelmatig opgenomen in parkoersen voor sportwedstrijden. Vanaf 1969 werd het wegdek vijf jaar op rij ingenomen door ronkende motoren in de KNMV-wegraces. Motorsporticoon Wil Hartog (met het ronderecord van ruim 145 kilometer per uur) is een bekende naam op de erelijst. Aan de vooravond van de wegrace werd er zelfs een rennersbal gehouden in Zaal Eijsbouts met optreden van de Loneley Boys. Toen het verregende evenement geen navolging kreeg werd het parkoers rond Oostappen het strijdtoneel van de Sint-Jozefklassieker. TWC Asten had die jarenlang georganiseerd op Voordeldonk in Asten maar door de aanleg van de Provincialeweg bleek dit niet meer mogelijk. Op zondag 25 april 1975 werd de derde editie van de semi-klassieker in Ommel geopend met het startschot door burgemeester Rutten. Het was voor de NWB ook de primeur van een wedstrijd in ploegverband. In totaal kregen de deelnemers 107 kilometer voorgeschoteld. Met de start en finish vóór de ingang van camping Oostappen werd het parkoers gevormd door de Oostappensedijk, Kranenvenweg, Beekstraat, Diesdonkerweg en de Bunzingstraat. In de voorbeschouwing in het plaatselijke weekblad het “Peelbelang” ging men er vanuit dat het viaduct over de E-3 ook een scherprechter zou zijn. Ook in 1976 en in 1977 werd de Sint Jozefklassieker op dit parkoers verreden. In de jaren tachtig werd het ook door Buitenlust en haar trainer Piet van der Kruijs gebruikt om de tijdritploegen voor het NCK in Dronten klaar te stomen. De WVAN neemt het vijf kilometer lange parkoers van de Diesdonk nog in gebruik voor haar jaarlijkse woensdagavond wedstrijd. In de loop der jaren is het strandbad Oostappen ook gastheer geweest van diverse triatlons en afgelopen winter nog van een duathlon.

In 1975 sprintte Jac Beurskens op de Beekstraat naar de overwinning in de Jozefklassieker.

Markante Ommelse coureurs

In de tweede helft van de jaren vijftig was tuinderszoon Jan van Heugten actief als wielrenner. Hij verhuisde later in verband met zijn werk naar het Zeeuwse Terneuzen. In de winter van 1982 meldt zich een jonge tuinderszoon, geboren en getogen op de Diesdonk, aan bij wielerclub Buitenlust: Tiny van den Eijnden. Hij vraagt een KNWU-licentie als junior aan en gaat in de kleuren van het Erpse mengvoederbedrijf Sondag een moeizaam eerste wielerjaar in. Ook het jaar daarop komt hij als junior uit en vindt vooral zijn draai in de Belgische koersen. Zijn bekendheid komt echter niet door het wielrennen maar door zijn optredens met het muzikale duo Stenzel en Kivits. Een piano speelt bij hun optredens een grote rol. Vanaf 1993 combineert hij zijn agrarische bezigheden met het artiestenvak. Ook op politiek terrein is hij bijzonder actief binnen de lokale partij D66-Hart voor Asten.

In het begin van de jaren negentig vroeg ook Martien Verbaarschot een KNWU-licentie aan en werd lid van Buitenlust. Hoewel hij verschillende keren werd opgesteld door zijn vereniging bleven de successen echter uit. De zestiger geniet wel enige bekendheid door zijn ultra-lange fietstochten in verre oorden. Op zijn vijftigste stapte hij op de fiets voor een wereldreis in etappes. Maar liefst één miljoen kilometer heeft de Ommelse hobbyboer op de teller. De pursang levensgenieter vertelde in 2019 in het ED dat hij vooral geniet van de culturen en de mensen die hij onderweg op zijn reizen tegenkomt. “Ik vermaak me het beste op de fiets. Soms zit ik wel tien uur achter elkaar op het zadel. Ik ben graag op mezelf. Om helemaal compleet te zijn vermelden we ook de lokale wielerverzamelaar Jan van den Bosch die enkele jaren geleden ook aan wedstrijden voor veteranen heeft deelgenomen.

(Bronnen: Helmonds Dagblad, Peelbelang, Wielersport, Wieler Revue Nationaal, Cyclo-Sprint, Mountainbike Plus, website Wiel Kuntzelaers, website Himmels, website Leefbaar Asten,  clubbladen RTC Buitenlust, TWC Asten en TWC de Kempen) 

Het Wielernest Mierlo

In de serie “Wielernesten” in de regio Peelland besteden we dit keer aandacht aan het wielernest Mierlo. Hier kan met recht gesproken worden over een “wielernest” omdat in de loop der jaren niet alleen sterke renners tussen de boomgaarden met de “Mierlese zwarte” kersen geboren zijn maar hier ook grote wielerkoersen verreden werden. Het dorp Mierlo is met bijna 11.000 inwoners de kleinste kern van de fusiegemeente Geldrop-Mierlo die in 2004 tot stand kwam. Het dorp heeft zich de laatste tientallen jaren ontwikkeld tot een woonforensendorp.  

 

Het prille begin.

“Hij was een kleine geblokte man geweest met pientere pretoogjes in een rond gezicht. Een goede mens in een groot gezin, een vrijbuiter in de natuur, een vrijbuiter op de fiets tussen de zandhazen van zijn tijd.” Zo omschreef de legendarische Brabantse penneridder Frits van Griensven de eerste bekende Mierlose coureur Janus Cuyten. Die grote bekendheid kreeg als uitbater van de ”Cuyt” aan de hoge Mierlose brug. Een restaurant dat nog steeds uitstekend staat aangeschreven en waar door echte wielermannen als Jan van Erp menig kaartje werd gelegd. Janus Cuijten kwam oorspronkelijk uit het naburige Nederwetten waar zijn ouders een dorpsherberg hadden. Toen hij zich in 1905 in Mierlo als “klumper”(klompenmaker) vestigde schoten de zandbanen als paddenstoelen uit de grond. En ook Janus trok de stoute schoenen aan werd coureur. Na de zandbanen kwamen de houten banen om de hoek kijken. Er kwam meer startgelegenheid voor de coureurs. “Je mocht eigenlijk niet op de weg fietsen. ’s Zondags moest je ’s morgens naar de mis en ’s middags naar het Lof. Als je dan voorbij zou komen liepen de boeren en de burgers toch op het midden van de weg. Het was nooit goed te maken. Als je met blote benen durfde te rijden dan gaf je aanstoot. Dus gingen we in de onderbroek op stap. Of dat eerbaarder genoemd kon worden?” In een armoedige tijd waarin het schamele loon maar uit enkele guldens bestond waren het prijzengeld en de prijzen in natura mooi meegenomen. Bij het begin van de mobilisatie in 1914 kwam er een einde aan de wielerloopbaan. Janus begon toen de herberg aan het Eindhovens Kanaal. Samen met zijn vrouw Maria Leijten had hij de zorg over zeventien kinderen, waarvan vier stiefkinderen. Eén daarvan was Toon Joosten, “onzen Toon”, die naar de fabrieksstad Helmond zou verhuizen en tot op hoge leeftijd nog als licentiehouder actief was. Hij sprong in 1928 op zijn racerijwiel en stopte met wielrennen in 1966. De “Locomotief  van Mierlo” ,zoals hij ook wel genoemd werd, moet in zijn wedstrijden wel twee keer de wereld rond zijn geweest.

Foto: V..n.r. Janus Cuijten, Karel van Baal, Jan van de Burgt en Willem Steenbakkers

Na de oorlog.

De wielersport op de weg kwam na de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling. In 1948 zaten Janus “de Cuyt” en Willem Steenbakkers rond de tafel en besloten met andere wielerenthousiastelingen wielervereniging de “Kersenlanders”op te richten. Janus werd voorzitter en Willem zou als secretaris gaan fungeren. Het eerste tricot was zwart met een witte band. Zoon Tiny reed in het jaar daarvoor al wedstrijden op de gewone fiets. Martien, zoals hij officieel ingeschreven stond bij de burgerlijke stand, klom na de oprichting van de Mierlose wielerclub op de racefiets. Na een onderbreking door het vervullen van de militaire dienstplicht van 1949-1951 kwam hij weer sterk terug in de criteria. In 1952 kende hij een succesjaar met dertien overwinningen, waarvan tweemaal voor eigen volk. De “Kersenlanders” zouden jarenlang meerdere wielerrondes in een wegseizoen organiseren. De eerder genoemde Frits van Griensven werd door Tiny benaderd om ploegen naar België en Frankrijk te begeleiden. In zijn artikelen stak hij niet onder stoelen of banken dat Tiny “de Cuyt” het talent van zijn tijd was: “Cuyten was een man van het teamspel, een uitstekende ploegmakker, die zichzelf uitschakelde als dat nodig was.” De actieve wielerperiode was voor hem voorbij toen zijn maat Plantaz naar de broodrijders overstapte. In 1955 vertrok hij naar het Limburgse Grubbenvorst waar hij postkantoorhouder werd.

Een andere Mierlose topper in die jaren was de zoon van de plaatselijke slager Pierre van Neerven. Ook zijn jongere broer Henk zou op het racekarretje stappen. Hij zou jaren te boek staan als de voorvechter voor de echte “Mierlese zwarte.” Pierre zou als lid van de JOCO-ploeg geselecteerd worden voor Warschau-Berlijn-Praag (Vredeskoers) . Samen met zijn plaatsgenoot Tiny Cuyten maakte hij ook deel uit van de voorselectie voor het WK. Zover kwam het echter niet. In 1954 maakte hij de overstap naar de beroepsrenners. Pierre van Neerven zou niet onverdienstelijk meefietsen en vooral bij onze zuiderburen successen vieren.

Andere lokale coureurs uit die periode waren Harry Weyts, Antoon van den Heuvel en Jan van de Burgt. Maar ook anderen droegen het shirt van de “Kersenlanders’. Waarbij ook vurige wielersupporters als Karel van Baal en ex-prof Leo van de Laar die jarenlang op te merken waren langs de wielerparkoersen.

Tiny Cuijten omringd door supporters

Een gouden naam: de legendarische Kersenronde.

De grote droom van Willem Steenbakkers werd werkelijkheid toen in 1956 voor het eerst de klassieke “Kersenronde” werd verreden. Het werd een waar wielerfeest op de route die toen via Lierop, Heeze en Geldrop terug naar Mierlo voerde. Duizenden wielersupporters zagen Jan Buis deze wedstrijd winnen. De kussen van “Miss Kersenoogstfeesten” waren meer dan verdiend. Een jaar later ging onder tropische weersomstandigheden de zege naar streekrenner Piet Damen. Organisator Willem Steenbakkers was een druk bezet man. Door zijn tomeloze inzet werden er vele wielerrondes in Mierlo en omgeving georganiseerd. Op zijn brommertje toog hij langs de plaatselijke slagers, bakkers en kasteleins om de nodige centen bij elkaar te sprokkelen. De “Kersenronde” zou jarenlang in juni ook een laatste test zijn voor de Nederlandse kampioenschappen. Op de erelijst prijkt de naam van de latere wereldkampioen Gerry Knetemann die jaren later in Mierlo, waar dochter Roxanne meefietste, zich nog zijn zege probeerde te herinneren.

Maar ook de overwinning van  Piet van der Kruijs uit ‘t “Hout”, die bijna voor eigen deur wist te winnen,  was een opvallende zege. Jarenlang zou het parkoers van de “Kersenronde” gevormd blijven door Mierlo,. Lierop, Someren, Heeze en Geldrop. Een grote drukte was het vaak in de dorpskom van Lierop waar men vanaf de zeventiger jaren de renners meerdere keren kon zien. Eén van de zwaarste uitgaves moet die uit het jaar van de overwinning van Giel van der Sterren zijn geweest, toen “de mussen van het dak vielen” en de bidons niet konden worden aangesleept. De uitgave in 1986 zou de 31e en (men dacht toen) voorlopig laatste zijn. In het begin van de jaren tachtig stond de organisatie van de “Kersenronde” overigens al op springen toen de toenmalige consul Piet van Doorn het afwachtingsparkoers afkeurde. Toen in 1973 de “Kersenlanders” hun zilveren jubileum vierden leek echter alles nog koek en ei. Willem Steenbakkers werd onderscheiden met het “Zilveren Wiel” maar zou kort daarop komen te overlijden. Nog steeds wordt er in de Mierlose wielerronde gestreden om de “Willem Steenbakkers Trofee” ter nagedachtenis aan de lokale wielerpromotor. Nijvere bestuurders als Toon Steenbakkers( meer dan een kwart eeuw) en de latere voorzitters Wim Weijmans, Ad van de Meijdenberg, kortstondig Nico Jansen en Gorie Koenraadt hanteerden de voorzittershamer. In 1990 stierf wielervereniging de “Kersenlanders” een zachte dood. Theo van Berlo reageerde destijds teleurstellend in de dagbladen. “Triest dat de club niet meer bestaat. Ik heb nog geprobeerd oude bestuursleden enthousiast te krijgen om er de schouders onder te zetten. Maar er was geen redden meer aan. “ Vijf jaar later was het de Mierlose wielerfan Jan van de Laar die, samen met René Weijmans, Jan Meulendijks, Geert van Gerven en horecaondernemer Carel van den Heuvel, inging op het aanbod van de Astense “Wielervrienden”. De Huiskrant en Roger Halin zouden drie jaar lang de Wielervrienden Kerseland gaan sponsoren. De donkerblauw en gele tricots waren enkele jaren een bekende verschijning in de regionale koersen rond de kerk.

Wielervrienden Kerseland 1995.

De “Mierlese”renners.

Na het verdwijnen van Pierre van Neerven en Tiny Cuyten uit de wielerpelotons was het jarenlang stil rond de Mierlose wielrenners. Op het einde van de jaren vijftig won de oorspronkelijke uit Someren afkomstige Wim Rutjens regelmatig een wedstrijd bij wat toen nog de “Rooms Katholieke Nederlandse Wielren Bond” heette.

Ook Willie Dreverman reed regelmatig zijn prijzen in de koersen rond de kerk. De meeste Mierlose renners in de jaren zestig  reden rond in het gele shirt van de “Kersenlanders”. Maar Piet Broné begon in 1965 als aspirant bij “Buitenlust”. In het clubblad van deze vereniging “Het Verzetje” van 1965 vertelt hij waarom hij wielrenner wilde worden. “Ik ging altijd trainen met Gerrie van Gerven bij ons uit Mierlo en toen ik zag dat ik die, op mijn gewone fiets, wel kon bijblijven heb ik het ook maar eens geprobeerd.” Van Gerven (niet te verwarren met de latere wielermanager Gerry van Gerwen) maakte furore als beginnend amateur. Het behalen van de clubtitel in het rood-witte shirt van “Buitenlust” als nieuweling was de opmaat voor een korte maar succesvolle wielerloopbaan. Van Gerven was ook één van de eerste amateurs uit de tegelbrigade van Jan van Erp. Een ploeg die jarenlang bij de topploegen van ons land behoorde en waarvan de begeleidingskern toch ook een profploeg van PDM op de wielerkaart heeft gezet. Na zijn actieve periode maakte Gerrie van Gerven deel uit van het begeleidingsteam van deze profploeg. In de jaren zeventig kwam er een hele lichting jonge renners hun opwachting maken in het gele clubshirt: Harm en Giel Rozie, Gerard Legierse, Riny Kloos, Jos van Gerven (in Mierlo beter bekend al Jos d’n Draaier), Peter van de Meijdenberg, Pieter van den Boogaard en de talentvolle Gerard Leijten. Deze laatste behaalde vooral bij de KNWU-jeugd de nodige successen. Later werd de naar Borkel en Schaft verhuisde Leijten beter bekend als deelnemer aan de wereldkampioenschappen Tweespannen waarin hij tot de top van Nederland behoorde. Ook John Knoops startte zijn actieve wielerloopbaan bij de jeugd. Als eigenaar van een racespeciaalzaak (John Knoops Passion For Bikes) is hij al jaren een trouwe clubsponsor van de lokale Tourclub Mierlo. In het verleden sponsorde hij o.m. wielerclub Buitenlust, de meerdaagse Peelland Toer en een eigen off-roadteam.

Het talent van Peter “De Vleut”

In 1983 viel Peter van der Vleuten op jeugdige leeftijd al op toen hij meereed met de fietsende toeristen van “Buitenlust”. Een jaar later zou de achterneef van Jos en Ferry van der Vleuten zijn wielerloopbaan starten als nieuweling. Direct viel zijn aanvallende manier van rijden al op. In zijn eerste wedstrijd het clubkampioenschap was hij de uitblinker. Een jaar later was hij de motor van de ploeg nieuwelingen die voor Buitenlust brons grepen tijdens de nationale clubkampioenschappen in Dronten. In zijn eerste jaar als junior stapelde hij de ereplaatsen op. Zijn eerste zege behaalde hij in de Ronde van Belgisch Limburg in Korspel-Beverlo.

Op 17-jarige leeftijd derde worden in de “Omloop door het land van Bartje” was een ander wapenfeit. De kenners voorspelden een gouden wielertoekomst. Totdat het noodlot toesloeg. Tijdens een trainingsrit werd hij door een roekeloze automobilist aangereden en zwaar gewond afgevoerd naar het ziekenhuis: Het herstel en een operatie door een specialist in een Zwitsers ziekenhuis duurde maanden. In de wintermaanden reisde Peter met zijn ouders naar Lausanne waar hij een elf uur durende operatie onderging aan zijn linker bovenarm die hij daarvoor niet kon bewegen. Voordat hij in Zwitserland geopereerd werd reed hij zelfs een trainingsritje mee: “Het zijn tenslotte de benen die het werk moeten verzetten. Mijn linkerarm had ik losjes op het stuur gelegd. Dat ging prima. Ik kon alleen niet aanzetten na een bocht. Dat is een beetje moeilijk wanneer je maar met één hand kunt sturen.” Toen hij in 1986 zijn comeback maakte had van der Vleuten grote moeite met het rijden in een groep. In 1989 reed hij in het shirt van de ambitieuze wielerclub Baby Dump. Toch zette hij door en kende als beginnend amateur een succesvol wegseizoen 1990. Hij was inmiddels overgestapt naar wielerclub “Het Zuiden” in Eindhoven won de Ronde van Gelderland en was dichtbij de overwinning in de Dr Pepper Race. Hij zorgde er ook mede voor dat “Het Zuiden” door zijn prestaties in dat jaar naar de topcompetitie zou promoveren. Hij koos in eerste instantie voor zijn maatschappelijke loopbaan door een onderwijzersopleiding te gaan volgen op hogeschool de Kempel in Helmond. In 1993 zou hij zijn studie tussentijds afbreken om alles op het wielrennen te zetten. Hij liet in dat jaar in de Koepeltijdrit in Lierop zien dat het alléén rijden in een rit tegen het uurwerk geen problemen opleverde. In het shirt van Breda-Knooppunt kreeg hij een beter programma voorgeschoteld als bij de club waar zijn ‘roots” lagen. Toen Ferry van der Vleuten ploegleider van de “Buitenlust” amateurs werd koos Peter weer voor zijn oude club. Na een jaar verdween hij ook hier weer. Grote successen zouden uitblijven en ook zijn lerarenstudie werd afgerond. We zagen hem nog af en toe in de uitslagen van recreantenkoersen opduiken maar het echte “wielervuur” was verdwenen. Vaak hebben wielersupporters in de regio zich afgevraagd of het ongeval als eerstejaars junior een dikke streep heeft gezet door wielerloopbaan als opvolger van Jos “de Vleut.” Zijn jongere broer Sander heeft enkele jaren de wieler-eer hoog gehouden van het wielergezin uit de Mierlose Brugstraat.

Behalve Peter van der Vleuten kende Mierlo in de tachtiger en negentiger jaren verschillende renners die niet echt tot de absolute top zouden behoren: Arend-Jan van de Kerk, Frank Leijten, Erik van de Boogaard, Rob Dreverman, Coen van de Coevering, Sebastiaan Bennaars, Leo Hessels, Willem en Stephan van Hoof en de broers Johan en Erik Verrijt. Erik was een talentvol veldrijder en werd als junior geselecteerd voor het WK veldrijden.

In een ander “wielernest” komen later ook nog renners als Henk van Kilsdonk, Frank Moons, Erwin en Tonny Gijsbers aan bod. Deze “Houtse” coureurs kozen ook voor korte of lange tijd hun domicilie in het kersendorp. In de zestiger jaren was het kerkdorp Mierlo-Hout door Helmond geannexeerd.

Foto uit de Belgische gazet van de eerste zege van Peter van der Vleuten.

Kersenkriterium zorgt voor terugkeer Kersenronde.

Toen de organisatoren van de “Knoops Peelland Toer” in de zomer van 1992 te horen kregen dat er een kleine week voor de wielerronde in Mierlo nog weinig geregeld was werd in allerijl Jan van de Laar benaderd. Een man die bekend staat als een echte wielersupporter, in zijn woonplaats de nodige contacten heeft en als geen ander de sponsors kan benaderen. “Een van onze grootste idealen is de terugkeer van de legendarische Kersenronde” vertelde hij in het “Zondagsnieuws”. Het succes van deze eerste organisatie in het kader van de “Knoops Peelland Toer” smaakte naar meer. De stichting “Wielerevenementen Mierlo” werd opgericht, de Rabobank Someren-Mierlo zou als hoofdsponsor worden aangetrokken en het “Rabo-Kersenkriterium” was een feit. De wielerronde zou in de loop der jaren uitgroeien tot een niet meer weg te denken wielerronde in de regio. Zelfs de strijd om de districtstitel stond diverse keren op het spel in Mierlo. Mede door de inzet van Jan Meulendijks en Jan van de Laar ging hun wielerdroom in vervulling toen in 2009 de legendarische “Kersenronde” nieuw leven werd ingeblazen. Beiden werden voor hun vele verdiensten voor de wielersport door de KNWU met een “Zilveren Wiel” onderscheiden  In de eerste jaren na de herstart maakte de wedstrijd deel uit van de Beloftencompetitie en de laatste jaren van de vergelijkbare U-23 Road Series. De samenwerking met de Belgische wedstrijdorganisatoren zorgde vorig jaar ook voor veel meer publiek in de dorpskom bij de “Regiobank-Kersenronde van Mierlo.”

De contacten van bestuurder René Weijmans met de organisatie van Olympia’s Tour zorgden er ook voor dat er in 2002 de individuele tijdrit van Nederlands oudste meerdaagse wedstrijd verreden kon worden. Een jaar eerder fungeerde Mierlo als etappeplaats. Ondanks de nodige verkeersoverlast had Mierlo zich weer zowel nationaal als internationaal getoond. Internationaal kwam het dorp ook in beeld toen in 1996 de “Tour de France” door de Rue de Marché (Marktstraat) trok. Het Eindhovens Dagblad verhaalt uitgebreid over deze megagebeurtenis: “Ieder hoog punt met uitzicht op de route is ingenomen door het publiek. Het wachten wordt om kwart over twee beloond als de tweehonderd renners onder luide aanmoedigingen door het kersendorp trekt. “Ik heb Indurain gezien” verkondigt een van de enthousiaste toeschouwers niet zonder trots. Het kan Mierlo niet deren. De kortstondige doortocht is slechts een moment in een heel lange feestdag.” Ook de meerdaagse Eneco Tour kende in Mierlo een etappe-aankomst. In 2005 toonde Max van Heeswijk zich de snelste sprinter in de Marktstraat.

Regelmatig kwamen ook de jeugdrennertjes in het kerkdorp in actie. Behalve de plaatselijke jeugdwielerronde was het kersendorp al jaren het strijdtoneel van de “Internationale Jeugdtoer Buitenlust” en haar opvolger de “Wielerstimuleringsdagen.” Waarin latere wereldkampioenen en ritwinnaars in de Tour hun eerste voorzichtige stappen hebben gezet op het wielerpad. En waarin de “Grote Prijs ’t Tapperijke” als klassieker in zakformaat oude tijden deden herleven. De kleinzoon van de vroegere eigenaren van het Mierlose wielercafé Tren van den Heuvel houdt de plaatselijke eer hoog bij de jeugd. Dat doet ook Kai van Hoof (zoon van ex-amateur Willem van Hoof) die het zelfs tot nationaal kampioen bracht op zijn jonge leeftijd. De eerste in de historie van de wielersport in Mierlo. Zijn voorkeur gaat daarbij uit naar het rijden in het veld (cyclocross en mountainbike).

 

Het erepodium van de Kersenronde na de herstart.

(Bronnen: Helmonds Dagblad, Mierlose Krant, Rond de Toren, Heemkundekring Myerle, Middenstandsbelangen,Wielersport, Wieler Revue Nationaal, website Wiel Kuntzelaers, Uitslagenarchief Frans Nederkoorn, clubblad RTC Buitenlust). 

Rien van Horik met een deel van zijn verzameling

plakboeken vol krantenknipsels.

Driekske Althuizen

Bert Pots (tweede van links)

 

Jan Verhaegh

Hans van de Mortel

Stijn Westrik

Kees Jeurissen

Danny Weerts

Mientje van Dijk

Tinie Huisman

Jo Martens

Marc van Grinsven

Mart van Kessel

Mike Strijbosch

Frank van Bakel

Martijn Elbers

Nico Martens

Yorick van Horik

Toon van de Wetering

Ronald van Haandel

DTS Clubkampioen bij de NWB in 1964.

Brabants kampioen Michel van Dijk

Frans Spetgens.

Sjef Bakermans

Dave van Seggelen.

René Manders.

Luca Vreeswijk.

Jan Smits.

 

Jan Looijmans.

Piet Martens.

Perry Adriaans

Savié van Horik.

Sjaak Spetgens.

Riny van Dijk.

Riny Berkers

Ed van de Voort

Teng Verwijlen.

Frank Meuffels.

Danny van Lierop.

Youri en Martijn Meeuws.

Wim Rutjens.

Sjaak Leenen

De Somerense Coppi Harrie Hendriks.

Noah Vreeswijk.

Marco Steijvers

Mark Knoops (in tweede stelling)

Brian Saas

Koen, Sara en Lotte Sonnemans.

 

Gerard Timmermans

 

Antoon Timmermans

Theo Timmermans

Pascal van Bussel

Suzan van Bussel

Louis Haazen

John Haazen

Dennis Haazen

Tiny van den Eijnden

Martien Verbaarschot

Bart v. Seccelen-Gerard Timmermans-Theo v. d. Ven-Piet v. Loon-Rinie Sprenkels en Antoon Timmermans.

 

 

Toon Joosten

Jasper van Dijk

Gerry van Gerven

Kai van Hoof

Sander van der Vleuten

Piet Broné

Pierre van Neerven

John-Pieter Knoops(rechts)

Willy Dreverman

Tren van den Heuvel

Stephan van Hoof

Erik Verrijt

Sebastiaan Bennaars

Willem van Hoof

Erwin Gijsbers

Henk van Kilsdonk

Jan van de Laar en Jan Meulendijks met echtgenotes.

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in ons privacybeleid.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemd privacybeleid