Foto
Foto
Foto

Toen Martien van Horik in 1955 trouwde met Mien Sonnemans was zijn grootste passie voetbal. Dat zou zijn meest favoriete sport blijven. Maar toen de oudste zoon Rinie een jaar later als baby al in de fles begon te praten kreeg hij een bang vermoeden dat het niet bij die ene sport zou blijven. In 1965 werd hij door de broers van moeder Mien supporter van de “Spet.” En begon met het organiseren van de “Toer dur Lierup” voor de schooljeugd. Samen met zijn jongere broers Harrie, Engelbert (Bart), Michel en Mark stroopte hij de regionale rondjes rond de kerk af. Bart werd een succesvol amateurwielrenner, Michel zou het als liefhebber bij de veldrijders gaan proberen en Mark bleef een beloftevol wielrenner… Harrie hield de “Toer dur Lierup” draaiende en zou jarenlang de “Buitenlust Jeugdtoer” leiden. De geschiedenis herhaalde zich want later waren Savié (zoon van Michel) en Martijn en Yorick (zoons van Bart) actief als wielrenner.

WIELERFAMILIE VAN HORIK

Een Lierops huishouden van Jan Steen.

Niet alleen in Lierop, ook ver daarbuiten kennen ze de familie Van Horik; Mark, Rien, Harrie. Maar ze hebben nog twee broers en drie zussen die minder vaak in de spotlights staan maar ‘allemaal aparten’ zijn. Een portret van een chaotische familie waarin wielrennen de rode draad vormt.  

Tonny Peeters
t.peeters@ed.nl

LIEROP – Een interview met zeven van de acht Van Horiken uit Lierop is een hachelijke onderneming. Twee uur lang tettert iedereen in rap tempo door elkaar heen. Concentratie is vereist, want articuleren is er bij de meesten niet bij en dat weten ze ook van elkaar. Na iedere twee, drie serieuze zinnen volgt meestal een grap of nemen ze elkaar op de korrel. De familieleden hebben na anderhalf uur al medelijden met de verslaggever, die ‘vast een rol behang nodig heeft’ om het spervuur aan anekdotes te kunnen noteren. ,,Je zult wel koppijn hebben nu”, vraagt Harrie van Horik, breeduit lachend. Het gaat voortdurend van de hak op de tak.    De familie Van Horik uit Lierop is een bijzondere, ook al vinden ze dat zelf niet echt. ,,Een gewoon gezin met ongewone mensen”, zo omschrijven ze zichzelf. Ze staan allemaal bekend om hun organisatietalent. Ze houden vooral wielerwedstrijden.Dat begon met ‘reundjes langs Januske van Eijk” en later volgt onder meer de Toer dur Lierup.

Zoete inval

‘Vroeger’ was het altijd te doen in het ouderlijk huis aan de Lijestraat. Een zoete inval voor de hele buurt. Oudste zoon Rien had een eigen kamer, de vier jongere broers lagen bij elkaar, de drie zussen ook en er is de kamer van vader Martien en moeder Mien. ,,En dan moest ik soms nog over voor mij onbekende mensen heenstappen die ineens bleven slapen”, weet Harrie nog. Een drukte van jewelste dus. Een plekje om even rustig te studeren is er nooit. Een belangrijke opdracht voor je opleiding moet maar aan de keukentafel worden gemaakt. Hoe dat toch altijd goed heeft kunnen gaan! Harrie: ,,Ik was altijd opgejaagd, desondanks was er vrijwel nooit ruzie.” Rien: ,,Iedereen deed altijd waar hij zin in had. Iedereen was de hort op, spelen in de bossen. We zaten nooit allemaal om half zes aan tafel voor het eten.”

Jongensfietsje

Al op jonge leeftijd interesseren de Van Horik-broers zich voor de wielersport. Ze waren nog geen tieners toen ze al een keer 180 kilometer op hun jongensfietsje naar Zichem in België peddelden. ,,Onze ouders wisten toch niet waar die plaats lag.” Ze zijn de hele dag weg. Van de zotte zou je nu zeggen, maar de Van Horiken doen het gewoon. Ze willen iets van de wereld zien. Door hun passie voor wielrennen verschijnen ze steeds minder vaak op zondagochtend in de kerk, wat tegen het zere been van vader Martien is. Harrie: ,,Maar ik moest ons vader ook wel eens aanstoten terwijl hij in de kerk zat te slapen. Had hij de avond ervoor iets teveel gefeest.” Rien herinnert zich nog een verhaal uit 2010 als de broers een internationale veldrit in het Belgische Loenhout bezoeken. De mannen denken dat Mark vip-kaartjes geregeld heeft, maar die heeft contact met iemand die achteraf geen sponsor van het evenement blijkt te zijn. Toch bluffen ze zich naar binnen en bevinden zich tussen vip’s als Michel Wuyts. De hele dag nemen de broers het ervan, behalve Bart want die is de chauffeur. In de vip-tent worden enkele broers steeds lastiger en halen onder meer Mart Smeets door het slijk. Zijn ze geen fan van. Ze houden meer van het Belgische sportcommentaar. De organisatie vindt de broers zo lastig worden dat ze hen verzoeken de tent te verlaten. Eenmaal buiten gooien ze baldadig met sneeuwballen naar Belgische supporters. Dat leidt weer tot een knokpartij. Harrie wordt tegen de grond geslagen en weet zich weinig meer te herinneren. De dag eindigt bij het Rode Kruis. Zus Chantal heeft al die memorabele wieleruitstapjes nooit meegemaakt. Als een van de weinige Van Horiken boeit die sport haar niet zo. Ze is bovendien de jongste en scheelt dertien jaar met oudste broer Rien. ,,Ik was als jongste thuis altijd verwend. Het voelt voor mij alsof ik altijd vijf vaders en twee extra moeders heb gehad.” De zussen hebben ook niet zo’n gezamenlijke passie als hun broers. ,,We gaan wel af en toe samen naar optredens, naar festivals die onze Mark organiseert,” voegt Marijke toe. De acht kinderen voeden elkaar op. ,,Iedereen kreeg van elkaar op zijn donder”, zegt Harrie daarover. Kleine broer Mark roept in zijn jonge jaren vaak dat hij wil weglopen, ontsnappen aan de drukte van thuis. ,,Dan stond hij op de hoek van de straat weer te wachten. Hij is fietsen op het plat dak, riepen we dan altijd.” Irma is diegene die het eerst het vertrouwde nest verlaat en het ver buiten Lierop zoekt. Ze verhuist op haar zeventiende naar Nijmegen.

Eigen spookhuis

Het gezin Van Horik omschrijft zichzelf als sociaal. Iedereen komt graag bij hen over de vloer omdat er altijd wel iets te doen is. Buiten de wielerwedstrijdjes is het steevast feest in kermistijd. In de stal wordt dan een eigen spookhuis gebouwd. Vader is zichtbaar trots op het ondernemende karakter van zijn kinderen, ook al zegt hij dat vrijwel nooit rechtstreeks tegen hen. Harrie: ,,Ik was net als mijn vader een tijd watermeteropnemer en toen hoorde ik van zijn vroegere klanten wat hij allemaal over ons vertelde. Ze wisten echt alles van ons.” Mark: ,,We waren allemaal aparten. De ene was druk, de andere rustig. Daarin zie je het verschil tussen Van Horik (vaders kant) en Sonnemans (moeder). Harrie, Michel, Marij en ik zijn altijd druk. Bart, Chantal,Rien en Irma zijn heel rustig. Met hen kun je rustig en serieus praten, dat is bij ons wat moeilijker.” Michel is de grapjas: ,,Ik moest vaak buiten eten omdat ik door mijn werk altijd naar varkens stonk.” Wat de ‘kinderen van het watermenneke’ gemeen hebben, is de trots op elkaar. Op Rien, de wielerspeaker, dit jaar debuterend in de Amstel Gold Race waar hij de fameuze sprint van Mathieu van der Poel mag becommentariëren. En op Mark met zijn evenementenbureau, die faam maakt als tourmanager van onder meer Guus Meeuwis, Rowwen Hèze en Direct. Wat weinigen van hem zullen weten is dat hij op papier ook zestien uur per week sluiswachter is op sluis 8 en 9. ,,Daar komen zes schepen op een dag, wat een luizenleven”, plagen zijn broers. Hij doet dat werk met name om verzekeringstechnische redenen, countert hij. Trots zijn ze op Harrie die het bij lokale Omroep Siris overneemt van Rien en op Bart, een verdienstelijk amateur-wielrenner en later gediplomeerd wielertrainer. Zijn eigenlijke naam is Engelbert. Harrie: ,,Dat is ook geen naam voor een volwassen vent”, lokt hij hem uit de tent. Bart laat het gaan. Zij staan als mannen vaker in de spotlights dan de rest. ,,We zijn tegen wil en dank bekend, omdat we aparte dingen doen”, zegt Harrie. Ze weten niet eens allemaal van elkaar wat ze doen. Chantal is bijvoorbeeld teamleider bij een consultatiebureau. Michel weet niet precies wat dat inhoudt. ,,Toch ben ik trots op je”, zegt Michel als hij weer een sneer krijgt. Hij is een beetje het zorgenkind van de familie. Hij trouwt op jonge leeftijd, scheidt van zijn vrouw en gaat van baan naar baan. Hij zit nu zonder werk. Marijke omschrijven ze als de ‘moederkloek’ van de familie. Moet er een keer op kinderen opgepast worden vanwege de eeuwig drukke schema’s, dan springt zij in. Ze doet het met alle liefde. Bij haar kun je bovendien altijd goed eten, knikken de hongerige broers instemmend.

Hete kolen

De Van Horiken gunnen elkaar de spotlights. Harrie: ,,Mark was vroeger al publiciteitsgeil. Bij een wielerkoers liep hij altijd door het beeld. Zag mijn moeder hem ‘s avonds alweer op Studio Sport. Veel mensen zien alleen zijn managementwerk bij Guus en al die andere bands tijdens het Nirwana Tuinfeest. Hij heeft het zo druk, dat heeft ook een andere kant die wij als gezin wel zien.” Mark wekt tijdens het gesprek geregeld de indruk op hete kolen te zitten; hij wil graag de kinderen nog mee in bed leggen. Dat Mark tourmanager is van Guus Meeuwis maakt de rest nog niet tot fans. Sterker nog, de jaarlijkse vrijkaarten voor het concert in het Philips Stadion schenken ze aan anderen. “Guus is een hele aardige vent, maar zijn muziek is ruk”concluderen Chantal en Michel. Rien:,,Ik ben er nooit geweest. We maken er andere mensen heel blij mee. Ik werd laatst als speaker nog aangekondigd als de broer van de manager van Guus Meeuwis. Dan ben je toch ver gezakt, haha.” ,,We zijn desondanks trots op elkaar”, klinkt het aan de andere kant van de tafel waar inmiddels de koffie heeft plaatsgemaakt voor bier en het koekje voor kaas, worst en pinda’s. ,,Je moet snel zijn, want bij de Van Horiken is het eten al op nog voor het verdeeld kan worden”, tipt Mark. ,,We hebben veelal een grote mond, maar een klein hartje”, zegt Harrie. ,,We doen niet moeilijk. We hebben altijd genoten van de aandacht van anderen, dat was vroeger al zo met die wielerwedstrijdjes. Maar we doen niets voor de roem of het geld, hoor. Daar zijn we niet van.” Rien: ,,We zijn niet van het grote geld, we hechten niet aan luxe.” Ze zien elkaar nu niet meer zo vaak. Een keer per jaar op een familiedag, op de verjaardag van hun op 9 oktober 2017 overleden vader – moeder Mien leeft nog – en nu dan, voor het interview, komen ze (bijna) allemaal bijeen. Alleen Irma heeft geen behoefte aan publiciteit. Ze hebben er vrede mee dat ze elkaar niet meer iedere dag zien. Harrie: ,,Op Facebook zie ik al genoeg wat ze allemaal doen. Dat Mark weer in Australië zit met Guus bijvoorbeeld.” Michel: ,,Of we mekaar vaak zien? Op foto’s ja, haha.” Marijke: ,,Het hoeft niet meer iedere dag. Er zijn veel jonge kinderen bij gekomen en iedereen heeft zijn eigen leven.” Harrie: ,,We doen allemaal wat we graag doen. Het is ook geen baas boven baas in dit gezin. Geen jaloezie omdat iemand een bijzondere prestatie levert. Wij zijn hartstikke trots op elkaar en houden veel van elkaar.” Dat geldt volgens hem ook voor de ‘kaauwe kant’. ,,Die hangt er niet maar wat bij, nadat de selectieronde is doorstaan, worden ze als eigen beschouwd.” Rien: ,,Maar ze moesten wel vaak aan ons wennen.” Harrie knikt: ,,Het huishouden van Jan Steen was het wel soms bij ons.”

Quotes

“Iedereen deed altijd waar hij zin in had” Rien

“We doen niets voor de roem of het geld. Daar zijn we niet van” Harrie.

Het artikel in het ED

 In memoriam Martien van Horik

Ons pap zag op 2 juli 1930 het levenslicht als zevende telg van een boerengezin van vijftien kinderen in het kerkdorp Lierop. Zoon van Marinus van Horik en Elisabeth Schrijnewerkers. Toen het kroostrijke gezin van de Krestert naar de Schutterstraat verhuisde kwamen ze in een andere wereld terecht. Ons pap moest vaak op de boerderij meehelpen. Maar eigenlijk wilde hij het liefste verder leren. Toen ons pap twintig was leerde hij ons mam kennen. Hun eerste kennismaking had alles te maken met het gooien van snoepjes. Ons pap stond toen al midden in het gemeenschapsleven. Toen ze nog niet getrouwd waren werd hij twee keer koning van de Gruun Schut, werd hij lid van de voetbalclub en verzorgde regelmatig bij feesten en partijen de muzikale noot met zijn geliefde instrument de accordeon. Op 5 september 1955 was de grote dag van het huwelijk van ons pap en ons mam. Het trouwfeest zelf was bij opa en oma van Zummere in de Floreffestraat waar ze nog een paar weken ingewoond hebben. De eerste jaren woonden we naast opa en oma van Lierup in de Schutterstraat. Daar werd ik als oudste zoon negen maanden na de huwelijksvoltrekking geboren. Ook Harrie en Engelbert  kwamen hier ter wereld. Toen de vierde telg Marijke op komst was zijn we verhuisd naar de Lijestraat. Daar hebben we het grootste gedeelte van ons leven in een kinderrijke buurt doorgebracht. Ons gezin werd verder uitgebreid met Michel, Irma, Mark en de jongste van ons en de oogappel van ons pap Chantal. Van anderen moesten we horen hoe trots hij was op zijn kinderen. Hij liet dat nooit merken maar aan zijn houding konden we zien dat hij trots op ons was. In wat we doen en hoe we zijn. Ons pap heeft een werkzaam leven gekend. Dat begon in de mijnen, bij Jan de Wit en bij de Vlisco. In het begin van de jaren zestig solliciteerde hij als meteropnemer -incasseerder bij de Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant en werd aangenomen. We hebben regelmatig moeten horen “Bende gai d’r inne van ’t Wattermenneke. “Buurten en anderen helpen” was zeker de grote kracht van ons pap in zijn werk. Harrie vertelt straks nog over de vele veranderingen in en rond huis waar hij zich mee bezig hield. Naast zijn werk en zijn gezin was hij volop actief in het verenigingsleven: bij de voetbalclub, de schut, A Capella, en later door zijn zoons ook in de wielersport. Actief in het helpen bij de “Toer dur Lierup” en als vurig supporter van zijn fietsende zoons en kleinkinderen. Hij genoot als geen ander van de Derde Helft. Ons mam was thuis en ons pap was weg. Wij hebben daar als broers en zussen nooit een probleem van gemaakt. We zijn zelfs in zijn voetsporen getreden. Ons pap en ons mam waren twee tegenpolen in karakter die naarmate ze ouder werden steeds meer aan elkaar hadden. In tijden van vreugde en verdriet. Vreugde over geslaagden, getrouwden, geboortes van kleinkinderen en achterkleinkinderen en het op zijn pootjes terecht komen na problemen. Verdriet over overleden familieleden en al die operaties die ons pap heeft gehad en die de onderlinge band in ons steeds groter wordende gezin hechter hebben gemaakt. Al die jaren daarna waren voor ons bonusjaren die we gekoesterd hebben. Na hun verhuizing naar Someren-eerst naar de Markt en daarna naar Sonnehove- heeft ons pap nog jarenlang kunnen genieten van het leven. Hij bleef een levensgenieter ondanks zijn gezondheid die steeds minder werd. Het ergste vond ons pap dat hij zich niet meer verstaanbaar kon maken. Maar hij bleef een “Mensenmens.” Ook tijdens de laatste weken van zijn leven was er een glimlach te zien op zijn gezicht als hij bekenden zag of hoorde. “Vadder” namens al je zoons en dochters en ons mam: “Bedankt voor al die mooie jaren dat je bij ons mocht zijn.”

We gebruiken onder andere analytische cookies om ons websiteverkeer geanonimiseerd te analyseren, zodat we functionaliteit en effectiviteit kunnen aanpassen.
Meer informatie over de verwerkte gegevens kunt u lezen in ons privacybeleid.

[X] Ik ga akkoord met bovengenoemd privacybeleid