Foto
Foto
Foto

Toen Martien van Horik in 1955 trouwde met Mien Sonnemans was zijn grootste passie voetbal. Dat zou zijn meest favoriete sport blijven. Maar toen de oudste zoon Rinie een jaar later als baby al in de fles begon te praten kreeg hij een bang vermoeden dat het niet bij die ene sport zou blijven. In 1965 werd hij door de broers van moeder Mien supporter van de “Spet.” En begon met het organiseren van de “Toer dur Lierup” voor de schooljeugd. Samen met zijn jongere broers Harrie, Engelbert (Bart), Michel en Mark stroopte hij de regionale rondjes rond de kerk af. Bart werd een succesvol amateurwielrenner, Michel zou het als liefhebber bij de veldrijders gaan proberen en Mark bleef een beloftevol wielrenner… Harrie hield de “Toer dur Lierup” draaiende en zou jarenlang de “Buitenlust Jeugdtoer” leiden. De geschiedenis herhaalde zich want later waren Savié (zoon van Michel) en Martijn en Yorick (zoons van Bart) actief als wielrenner.

 In memoriam Martien van Horik

Ons pap zag op 2 juli 1930 het levenslicht als zevende telg van een boerengezin van vijftien kinderen in het kerkdorp Lierop. Zoon van Marinus van Horik en Elisabeth Schrijnewerkers. Toen het kroostrijke gezin van de Krestert naar de Schutterstraat verhuisde kwamen ze in een andere wereld terecht. Ons pap moest vaak op de boerderij meehelpen. Maar eigenlijk wilde hij het liefste verder leren. Toen ons pap twintig was leerde hij ons mam kennen. Hun eerste kennismaking had alles te maken met het gooien van snoepjes. Ons pap stond toen al midden in het gemeenschapsleven. Toen ze nog niet getrouwd waren werd hij twee keer koning van de Gruun Schut, werd hij lid van de voetbalclub en verzorgde regelmatig bij feesten en partijen de muzikale noot met zijn geliefde instrument de accordeon. Op 5 september 1955 was de grote dag van het huwelijk van ons pap en ons mam. Het trouwfeest zelf was bij opa en oma van Zummere in de Floreffestraat waar ze nog een paar weken ingewoond hebben. De eerste jaren woonden we naast opa en oma van Lierup in de Schutterstraat. Daar werd ik als oudste zoon negen maanden na de huwelijksvoltrekking geboren. Ook Harrie en Engelbert  kwamen hier ter wereld. Toen de vierde telg Marijke op komst was zijn we verhuisd naar de Lijestraat. Daar hebben we het grootste gedeelte van ons leven in een kinderrijke buurt doorgebracht. Ons gezin werd verder uitgebreid met Michel, Irma, Mark en de jongste van ons en de oogappel van ons pap Chantal. Van anderen moesten we horen hoe trots hij was op zijn kinderen. Hij liet dat nooit merken maar aan zijn houding konden we zien dat hij trots op ons was. In wat we doen en hoe we zijn. Ons pap heeft een werkzaam leven gekend. Dat begon in de mijnen, bij Jan de Wit en bij de Vlisco. In het begin van de jaren zestig solliciteerde hij als meteropnemer -incasseerder bij de Waterleidingmaatschappij Oost-Brabant en werd aangenomen. We hebben regelmatig moeten horen “Bende gai d’r inne van ’t Wattermenneke. “Buurten en anderen helpen” was zeker de grote kracht van ons pap in zijn werk. Harrie vertelt straks nog over de vele veranderingen in en rond huis waar hij zich mee bezig hield. Naast zijn werk en zijn gezin was hij volop actief in het verenigingsleven: bij de voetbalclub, de schut, A Capella, en later door zijn zoons ook in de wielersport. Actief in het helpen bij de “Toer dur Lierup” en als vurig supporter van zijn fietsende zoons en kleinkinderen. Hij genoot als geen ander van de Derde Helft. Ons mam was thuis en ons pap was weg. Wij hebben daar als broers en zussen nooit een probleem van gemaakt. We zijn zelfs in zijn voetsporen getreden. Ons pap en ons mam waren twee tegenpolen in karakter die naarmate ze ouder werden steeds meer aan elkaar hadden. In tijden van vreugde en verdriet. Vreugde over geslaagden, getrouwden, geboortes van kleinkinderen en achterkleinkinderen en het op zijn pootjes terecht komen na problemen. Verdriet over overleden familieleden en al die operaties die ons pap heeft gehad en die de onderlinge band in ons steeds groter wordende gezin hechter hebben gemaakt. Al die jaren daarna waren voor ons bonusjaren die we gekoesterd hebben. Na hun verhuizing naar Someren-eerst naar de Markt en daarna naar Sonnehove- heeft ons pap nog jarenlang kunnen genieten van het leven. Hij bleef een levensgenieter ondanks zijn gezondheid die steeds minder werd. Het ergste vond ons pap dat hij zich niet meer verstaanbaar kon maken. Maar hij bleef een “Mensenmens.” Ook tijdens de laatste weken van zijn leven was er een glimlach te zien op zijn gezicht als hij bekenden zag of hoorde. “Vadder” namens al je zoons en dochters en ons mam: “Bedankt voor al die mooie jaren dat je bij ons mocht zijn.”